Uitbetaling variabel loon tijdens vakantie werknemer

Werknemers hebben volgens Europese richtlijnen en volgens de Nederlandse wetgeving recht op vakantie met behoud van loon. Dit betekent dat werknemers tijdens vakantie hun normale loon ontvangen. Maar valt hier ook een prestatiebonus en/of provisie onder?

Uitbetaling prestatiebonus tijdens vakantie?

Het hof van justitie heeft hierover in mei van dit jaar een uitspraak gedaan. Het hof is duidelijk. Een werknemer moet in geval van vakantie qua beloning in dezelfde situatie verkeren als wanneer hij gedurende die periode wel arbeid zou verrichten. De vraag is dan of de werknemer ook aanspraak heeft op uitbetaling van zijn provisie als hij tijdens zijn vakantie geen omzet genereert?

De casus

De werknemer, een consultant, heeft als taak om commerciƫle klanten te overreden de energieproducten van zijn werkgever te verkopen. De beloning van werknemer bestaat uit twee hoofdbestanddelen: een basisloon en een provisie. De provisie is variabel en wordt berekend op basis van de verkoopresultaten. Het totale salaris bestaat voor ongeveer 60% uit deze provisie. Werknemer heeft vakantie met behoud van loon opgenomen. Tijdens deze vakantie kan hij geen provisie genereren. Dit heeft een ongunstig effect op zijn salaris.

Uitspraak

Het hof oordeelt dat doordat de werknemer tijdens zijn vakantie geen provisie kan genereren, dit leidt tot een financieel nadeel. Deze financiƫle weerslag kan de werknemer er van weerhouden om die vakantie daadwerkelijk op te nemen. Het hof oordeelt dat dit des te waarschijnlijker is wanneer de provisie meer dan 60% van de door de werknemer te ontvangen beloning bedraagt.

Met een provisie moet aldus rekening worden gehouden bij de berekening van de globale beloning waarop een werknemer recht heeft uit hoofde van zijn jaarlijkse vakantie.

Onkostenvergoedingen tijdens vakantie?

Tenslotte hoeven vergoedingen of kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van de werkzaamheden, zoals onkosten- of reiskostenvergoedingen, niet te worden doorbetaald tijdens vakantie.

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie, 22 mei 2014, ECLI:EU:C: 2014:351

Dit artikel is geschreven door Irma van der Vorst, Advocaat Arbeidsrecht.