Ontslag op staande voet van werkneemster rechtsgeldig wegens schending van (bekende) bedrijfsregels

Haar persoonlijke omstandigheden of de geringe geldelijke waarde doen hieraan niet af. Dat zij bij navraag aanvankelijk heeft gelogen, weegt mee in haar nadeel

Grond voor ontslag op staande voet

Werkneemster is werkzaam in de functie van verkoop-/kassamedewerkster sinds 6 augustus 2007. Zij is op 18 april 2013 op staande voet ontslagen. De kantonrechter heeft in eerste aanleg bij voorlopige voorziening geoordeeld dat het ontslag op staande voet een te zwaar middel was en de loondoorbetaling toegewezen. Coop, de werkgever, is hiertegen in beroep gekomen. Werkneemster heeft op 16 april 2013 een blikje Red Bull meegenomen uit het schap en heeft dat in de personeelsruimte opgedronken. Coop hanteert, ter bescherming van haar winkelvoorraad, strakke regels met betrekking tot de aanschaf van goederen uit de winkel door eigen personeel. Tussen partijen is niet in discussie dat werkneemster met die strakke regels bekend was: in de pauze te consumeren goederen dienen bij aanvang van de pauze te worden afgerekend. Werkneemster heeft zich op 16 april 2013 met betrekking tot het blikje Red Bull niet aan die regel gehouden; zij had nog niet voor het blikje betaald toen zij het tijdens haar middagpauze heeft opgedronken. Deze schending van de gedragsregels leverde in beginsel grond voor ontslag op staande voet op.

Ontslag is rechtsgeldig

Werkneemster heeft overtreding van genoemde huisregel, hierop aangesproken, meer dan eens ontkend. Zij heeft aanvankelijk (tegen beter weten in) volgehouden dat zij het blikje Red Bull betaald had. Werkneemster heeft zelfs, nadat haar gevraagd was het bonnetje van de beweerde aankoop te tonen, in de prullenbak “gezocht” naar het (niet bestaande) bonnetje dat zij beweerde te hebben weggegooid. Dusdoende heeft zij getracht haar werkgever te misleiden. Afgezet tegen het vorenstaande leveren de persoonlijke omstandigheden, zoals de lengte van het dienstverband, haar privé omstandigheden (jonge alleenstaande moeder) en verstrekkende (financiële) gevolgen, onvoldoende tegenwicht op om anders te beslissen. Naar het voorlopig oordeel van het hof, treffen de grieven doel. Het bestreden vonnis kan niet in stand blijven en zal worden vernietigd.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2014