Arbeidsconflict: werkgever mag afgaan op gesloten beëindigingsovereenkomst, ondanks betwisting daarvan door werknemer

Mediation arbeidsgeschil

Werknemer is sinds 17 juli 2006 in dienst, laatstelijk is hij werkzaam als Eerste Medewerker. Werknemer wordt aangesproken op de pauzes die hij neemt; voor werkgever is dit aanleiding om hem uit zijn functie van Eerste Medewerker te halen en hem op 24 april 2013 een andere werkplek, op de krattenwasserij aan te wijzen. Op 26 april 2013 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek. Wel is sprake van een arbeidsconflict. De bedrijfsarts heeft geadviseerd een bemiddelende partij in te schakelen.

Vaststellingsovereenkomst

Na bemiddeling hervat werknemer het werk op de krattenwasserij. Daarna vindt nog twee keer mediation plaats na een ziekmelding. De laatste mediation eindigt in een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Deze vaststellingsovereenkomst is van handtekeningen voorzien. In deze overeenkomst zijn nog aanpassingen verricht op verzoek van werknemer. In augustus meldt werknemer zich met een nieuwe raadsman en hij stelt dat hij niet akkoord gaat met de beëindigingsovereenkomst. Werknemer vordert loonbetaling na 1 oktober 2013 (einddatum overeenkomst) De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen. Het hof is van oordeel dat werkgever op de instemming van de bevoegde vertegenwoordiger/rechtshulpverlener van werknemer mocht afgaan en dat werknemer daaraan gebonden is.

Beëindigingsovereenkomst

De beëindigingsovereenkomst zoals geaccordeerd op 13 augustus 2013 door de gemachtigde van werknemer is een nadere uitwerking van de vaststellingsovereenkomst van de mediation en wijkt daarvan niet op essentiële punten af, zodat handhaving van de datum niet als valsheid in geschrift of anderszins onbetamelijk kan worden aangemerkt. Dat werkgever druk heeft uitgeoefend teneinde de beëindigingsovereenkomst op papier te zetten, maakt nog niet dat dit gekwalificeerd mag worden als misbruik van omstandigheden. Ook als waar zou zijn dat de rechtshulpverlener van werknemer vervolgens druk op hem heeft uitgeoefend om akkoord te gaan, levert dat geen misbruik van omstandigheden op.

Volgens voorlopig oordeel mag werkgever in de omstandigheden afgaan op gesloten beëindigingsovereenkomst, ook al betwist werknemer nu zijn akkoord. Gemachtigde van werknemer ging namens hem akkoord met uitwerking van de vaststellingsovereenkomst.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:376

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 2, 2014.