Zieke werknemer heeft bij uitbetaling vakantiedagen recht op volledig loon

Op 7 maart 2014 heeft de rechtbank Rotterdam zich uitgelaten over de vraag of bij de uitbetaling van vakantiedagen aan het einde van een dienstverband, in het geval dat de werknemer ziek is, moet worden uitgegaan van 100 % of 70 % van het bedongen loon.

Volgens de kantonrechter dient een zieke werknemer tijdens vakanties betaald te krijgen zoals ook in werkende situaties wordt uitbetaald. Er dient uit te worden gegaan van het tussen partijen ter zake van de bedongen arbeid overeengekomen loon en niet van de daarvan afgeleide aanspraak van 70% van het loon bij ziekte.

Feiten

Werkneemster is op 1 januari 2010 als juridische secretaresse in dienst getreden bij werkgever. Zij werkte 33,75 uur per week tegen een salaris van € 2.790,– bruto per maand. Werkneemster heeft recht op 22,5 vakantiedagen per jaar. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de Regeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden voor ondersteunend personeel (hierna: “RSA”) op de arbeidsovereenkomst van toepassing is.

Vanaf 17 december 2010 is werkneemster volledig arbeidsongeschikt geraakt. Na toestemming van het UWV Werkbedrijf heeft werkgever de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2013 opgezegd. Op 18 juni 2013 heeft werkgever 34,75 openstaande vakantiedagen aan werkneemster uitbetaald.

Vordering werkneemster

Werkneemster vordert een bedrag van € 1.989,89 bruto aan niet-genoten vakantiedagen. Volgens werkneemster had zij nog 43,75 openstaande vakantiedagen en hadden daarnaast de vakantiedagen over 2012 tegen het volledige loon moeten worden uitbetaald in plaats van tegen 70 % van het salaris.

Verweer werkgever

Werkgever stelt allereerst dat werknemer de 9 extra gevorderde vakantiedagen reeds in 2012 heeft genoten. Daarnaast zouden deze 9 vakantiedagen uit 2012 in ieder geval al zijn komen te vervallen. Verder stelt werkgever dat op grond van de RSA is overeengekomen dat over het tweede ziektejaar 70% van het salaris en de vakantietoeslag wordt doorbetaald.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat ten eerste onvoldoende is onderbouwd dat werkneemster in 2012 de 9 vakantiedagen zou hebben genoten. Voorts oordeelt de kantonrechter dat het beroep op verval van de 9 vakantiedagen faalt. Op 1 mei 2013 waren de vakantiedagen uit 2012 namelijk nog niet komen te vervallen. Deze zouden pas op 1 juli 2013 komen te vervallen. De vordering tot betaling van de 9 vakantiedagen is daarom toewijsbaar.

De kantonrechter overweegt met betrekking tot de waarde van de vakantiedagen als volgt. Onder loon dient te worden verstaan het gehele tussen de werkgever en werknemer ter zake van de bedongen arbeid overeengekomen loon. Waarbij volgens de Nederlandse en Europese rechter uitgegaan moet worden van een ruim loonbegrip. Het gaat er volgens de kantonrechter om de werknemer tijdens zijn vakantie in een situatie te brengen die qua beloning vergelijkbaar is met de situatie tijdens de gewerkte periodes. Het loon dat tijdens de vakantie dient te worden doorbetaald, is ook bepalend voor de berekening van de financiële vergoeding van aan het einde van het dienstverband niet opgenomen vakantiedagen.

Volgens de kantonrechter ligt het voor de hand om voor het begrip ‘loon’ uit te gaan van het tussen partijen ter zake van de bedongen arbeid overeengekomen loon en niet van de daarvan afgeleide aanspraak van 70% van het loon in het geval van ziekte. Indien de wetgever had beoogd dat er ingeval van arbeidsongeschiktheid slechts aanspraak zou bestaan op vakantie met behoud van 70% van het loon, dan had voor de hand gelegen dit expliciet op te nemen in de wet. Dit is echter niet gebeurd.

Jurisprudentie Europese Hof van Justitie

Daarnaast valt ook uit de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie af te leiden dat het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon een belangrijk beginsel van sociaal recht van de Europese Unie is. Het doel van een jaarlijkse vakantie met behoud van loon is de werknemer in staat te stellen uit te rusten en over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken. In de EU-regelgeving is niet expliciet iets opgenomen over de hoogte van het loon, maar uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat het moet gaan om het normale loon en dan in de ruime zin. Nationale voorschriften, zoals in dit geval voor ziekte en ziekteverlof, mogen naar het oordeel van de kantonrechter geen rechten ontnemen aan dat recht op vakantie met behoud van loon. Er zal daarom moeten worden uitgegaan van het volledige loon, in ieder geval voor de aanspraak op minimaal 4 weken vakantie met behoud van loon voor een fulltimer. De vordering voor een bedrag van € 1.989,89 bruto aan niet-genoten vakantiedagen is dan ook toegewezen.

Bron: Rechtbank Rotterdam 7 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:3470

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Haarlemse vestiging van Van Diepen Van der Kroef Advocaten en het verscheen ook op Flexnieuws.