Oproep tot werkhervatting na mislukte onderhandelingen over beeindiging van arbeidsovereenkomst doorzien als pressiemiddel

Het niet verschijnen van werknemer is geen grond voor ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet wegens niet verschijnen

Werknemer is sinds 1 september 2011 in dienst van Dekortex en is werkzaam in de functie Sales Manager. Werknemer is op 16 januari 2012 op non-actief gesteld en Dekortex heeft laten weten de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. Partijen komen er in onderhandelingen niet uit. Nadat werknemer het laatste beëindigingsvoorstel van werkgever heeft afgewezen, sommeert Dekortex werknemer om per 5 maart 2012 op het werk te verschijnen. Omdat werknemer die dag niet komt, wordt hij op staande voet ontslagen.

Loonvordering tot datum einde arbeidsovereenkomst

Vervolgens is de arbeidsovereenkomst op verzoek van werknemer met een beschikking beëindigd per 15 mei 2012. Thans wordt geprocedeerd over de loonbetaling. De kantonrechter heeft de loonvordering over de gehele periode tot einde arbeidsovereenkomst toegewezen. Dekortex gaat in beroep.

Uitspraak Hof

Het hof gaat uit van twee tijdvakken: de periode waarover loon gevorderd wordt vóór 5 maart en de periode daarna. De periode van vrijstelling van werk tot 5 maart 2012 is door Dekortex geïnitieerd en is tussentijds feitelijk niet opgeheven. Ten aanzien van de periode na 5 maart 2012 overweegt het hof dat door Dekortex reeds was vastgelegd dat de werkhouding van werknemer niet voor verbetering vatbaar was. De oproep om op het werk te verschijnen moet dus worden gezien als een bevel met het doel de zaak op de spits te drijven. Het enkele niet verschijnen op het werk in deze omstandigheden, vormt geen dringende reden. De redenering van Dekortex dat werknemer – ook als het ontslag op staande voet geen stand houd – geen recht heeft op loon, volgt het hof niet. Werknemer was op staande voet ontslagen. Uit zijn niet verschijnen kan derhalve niet worden afgeleid dat hij niet bereid was. Dekortex was op 6 maart 2012, na het protest van werknemer tegen dat ontslag, niet bereid het ontslag ongedaan te maken. Het vonnis van de kantonrechter blijft in stand.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 1, 2014.