Ontslag met onmiddellijke ingang van bestuurder leidt tot schadeplichtigheid werkgever en verval van concurrentiebeding

Werknemer is in maart 2007 in dienst getreden bij Dehaco. In november 2009 is werknemer benoemd tot (enig) statutair bestuurder van Dehaco. Op 24 december 2012 heeft een Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) plaatsgevonden. Partijen hebben ieder een eigen lezing van wat tijdens de AVA is voorgevallen. Van het verloop van de vergadering zijn notulen opgemaakt, waarvan twee van elkaar verschillende versies in het geding zijn gebracht: een niet-ondertekende versie en een ondertekende versie. De ondertekende versie van de notulen vermeldt verder onder punt 1, dat werknemer direct na binnenkomst ter vergadering een verklaring heeft overhandigd waarin hij meedeelt de dienstbetrekking met Dehaco met onmiddellijke ingang te willen beëindigen. In de niet-ondertekende versie van de notulen – in de procedure gebracht door werknemer – ontbreekt deze zinsnede.

Schadeplichtig ontslag

In kort geding is bepaald dat Dehaco de bestuurder schadeplichtig heeft ontslagen en dat zodoende het non-concurrentiebeding is geschorst zolang in een bodemprocedure niet anders is beslist. Dehaco komt hiertegen in beroep. Werknemer heeft die dag zelf ontslag genomen. Het concurrentiebeding is onverkort van kracht en werknemer is boetes verschuldigd doordat hij in dienst is getreden bij een concurrent. Werknemer heeft ten bewijze van zijn stelling gewezen op de notulen van de eerder genoemde aandeelhoudersvergadering, waarvan zowel de niet-ondertekende als de ondertekende versie vermelden dat werknemer bij gelegenheid van die vergadering met onmiddellijke ingang als algemeen directeur – het hof begrijpt: en daarmee als bestuurder – van Dehaco is ontslagen.

Oordeel hof

Het hof oordeelt dat de voorstelling van zaken door werknemer dient te worden gevolgd. Dehaco heeft de stelling van werknemer dat Dehaco de arbeidsovereenkomst tussen partijen bij gelegenheid van de AVA onregelmatig heeft beëindigd, niet voldoende weersproken. Het moet er daarom voorshands voor worden gehouden dat Dehaco schadeplichtig is wegens de wijze waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd en aan het non-concurrentiebeding dus geen rechten meer kan ontlenen, aangenomen dat dit beding geldig is overeengekomen.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen als signalering ook in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 4, 2014.