Tellen tussenpozen mee bij berekening transitievergoeding?

Is de transitievergoeding verschuldigd bij arbeidsovereenkomsten die elkaar opvolgen met tussenpozen van maximaal 6 maanden? En zo ja, tellen de tussenpozen dan mee bij de berekening van de transitievergoeding?

Het wetsvoorstel Werk en Zekerheid

Kort geleden is een Wetsvoorstel Werk en Zekerheid aanhangig gemaakt dat vele veranderingen in het arbeidsrecht met zich mee zal brengen. Dit wetsvoorstel introduceert een nieuw soort vergoeding: de transitievergoeding. Een werkgever is deze transitievergoeding verschuldigd aan een werknemer indien het dienstverband met de werknemer op initiatief van de werkgever wordt beëindigd. Vooralsnog is het de bedoeling dat dit deel van het wetsvoorstel per 1 juli 2015 in werking treedt.

De berekening van de transitievergoeding

Niet langer zal worden aangesloten bij de kantonrechtersformule die al jarenlang de leidraad vormt voor het bepalen van de hoogte van een beëindigingsvergoeding. In het geval dat een arbeidsovereenkomst eindigt door ontbinding van de rechter of door opzegging van de arbeidsovereenkomst na toestemming van het UWV Werkbedrijf zal een transitievergoeding aan de werknemer moeten worden betaald. Het doel van de transitievergoeding is het compenseren van het ontslag voor de werknemer en het vergemakkelijken van de transitie naar een andere baan.

De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband. Gedurende de eerste 10 jaar van het dienstverband heeft de werknemer per 6 maanden recht op 1/6 van zijn salaris per maand. Als het dienstverband langer dan 10 maanden duurt heeft de werknemer daarna per 6 maanden recht op 1/4 van het salaris per maand. Hier zijn nog enkele uitzonderingen op waar ik in dit artikel niet verder op in zal gaan.

De ‘tussenpozen’ tussen arbeidsovereenkomsten

De transitievergoeding is alleen verschuldigd in het geval dat de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd. De vragen die zich aandienen zijn (I) of in het geval dat arbeidsovereenkomsten elkaar opvolgen binnen een periode van 6 maanden, deze tussenpozen meetellen voor de ‘minimumtermijn’ van 24 maanden en (II) of deze tussenpozen meetellen voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding.

Het nieuwe artikel 7:673 lid 4 sub b van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt:

‘Voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst (…) worden een of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen, die elkaar met tussenpozen van ten hoogte zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld.’

Uit de toelichting op dit artikel blijkt dat (I) enkel de duur van de opvolgende arbeidsovereenkomsten samengeteld moeten worden in het geval dat sprake is van opvolging met tussenpozen van ten hoogste 6 maanden, dus niet ook de tussenpozen zelf. Tevens blijkt uit de toelichting dat (II) tussenpozen tussen twee tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet meetellen voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding, nu de duur van de arbeidsovereenkomst bepalend is.

Kortom, de transitievergoeding is verschuldigd bij arbeidsovereenkomsten die elkaar opvolgen met tussenpozen van maximaal 6 maanden, mits de arbeidsovereenkomsten in totaal minimaal 24 maanden hebben geduurd. De tussenpozen tellen niet mee voor de berekening van de duur van het dienstverband en de hoogte van de transitievergoeding.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Amsterdamse vestiging van Van Diepen Van der Kroef Advocaten en het verscheen ook op HR Praktijk.