Ontbinding arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd bij weigering werknemer om kledingvoorschrift op te volgen vanwege geloofsovertuiging

Werkneemster is sinds mei 2002 in dienst van werkgever als pedagogisch medewerkster. Als gevolg van een uitbraak van de multiresistente bacterie Klebsiella heeft werkgeefster besloten haar hygiënebeleid en haar beleid infectiepreventie aan te scherpen. Werkgeefster heeft zich medio juli 2013 op het standpunt gesteld dat de pedagogisch medewerkers werkkleding (met korte mouwen) dienen te dragen.

Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat werkneemster op grond van haar geloofsovertuiging weigert de voorgeschreven werkkleding met korte mouwen te dragen. Werkneemster is echter van mening dat het hygiënebeleid van werkgeefster niet hoeft te gelden voor de functie van pedagogisch medewerker, nu deze functie in de richtlijn uitdrukkelijk is genoemd als voorbeeld van een functie waarbij geen werkkleding hoeft te worden gedragen.

Reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst

De kantonrechter oordeelt dat niet de functienaam doorslaggevend is voor de vraag of werkkleding geïndiceerd is, maar de feitelijke werkzaamheden. Voor het bepalen van de risico’s op infectie zijn immers de feitelijke werkzaamheden – en niet de formele omschrijving van de functie – van belang. Een zekere mate van patiëntencontact is onvermijdelijk, als gevolg waarvan infectiegevaar bestaat. Hierdoor is de inbreuk die werkgeefster door middel van het kledingvoorschrift maakt op het grondrecht van werkneemster om zich overeenkomstig haar geloofsovertuiging te kleden gerechtvaardigd. De weigering van werkneemster om aan de aangepaste kledingvoorschriften te voldoen, vormt dan ook voldoende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Gewijzigd kledingvoorschrift ter preventie infectiegevaar in risicosfeer werkgever

De gewijzigde eisen aan de hygiëne bij patiëntencontact is een omstandigheid die in de risicosfeer van werkgeefster ligt, nu zij belang heeft en verantwoordelijk is voor hygiëne en infectiepreventie binnen het ziekenhuis. Daarbij is niet gesteld of gebleken is dat de bezwaren die werkneemster heeft op grond van haar geloofsovertuiging niet gerechtvaardigd zijn. Daarom zal aan werkneemster ten laste van werkgeefster een ontbindingsvergoeding conform de kantonrechtersformule worden toegekend, waarin de c factor op 1 wordt gesteld, afgerond € 9.500,00 bruto.

 Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van de Utrechtse vestiging van Van Diepen Van der Kroef en het verscheen ook als signalering in het Tijdschrift Arbeidsrecht Praktijk, editie 4, 2014.