Evert Baart nuanceert wetsvoorstel ‘Curator moet faillissementsfraude melden’

Minister Opstelten wil de curator in faillissementen aansporen om faillissementsfraude te herkennen en daarvan melding te doen bij het Openbaar Ministerie. Een nobel streven dat past in de pogingen van de minister om curatoren door middel van wetgeving meer armslag te geven in geval van vermoedens van faillissementsfraude.

Evert Baart, advocaat faillissementsrecht bij Van Diepen van der Kroef Advocaten reageert op dat voornemen van Minister Opstelten: “Uiteraard moet een curator faillissementsfraude melden, maar wel met beleid graag!”

Faillissementsfraude

Baart vervolgt: ‘Doel van een dergelijke melding zal zijn een mogelijke vervolging van de fraudeur door het Openbaar Ministerie op basis van door de curator aangereikte informatie. Als curator zie ik in de praktijk een probleem opdoemen met betrekking tot het doorspelen van de door de curator aan het Openbaar Ministerie in de uitoefening van zijn wettelijke taak verkregen informatie.’

Faillissementswet

De faillissementswet verschaft de curator in de artikelen 105 Fw en 106 Fw verstrekkende bevoegdheden als het gaat om het vergaren van informatie die ter afwikkeling van het faillissement of vaststelling van aansprakelijkheid noodzakelijk is. Informatie die de bestuurder van de onderneming/failliet verplicht is om aan de curator te verstrekken. Weigert de bestuurder/failliet deze informatie aan te curator te verstrekken dan staat de mogelijkheid van in bewaring stellen op voordracht van de rechter-commissaris open. Deze “gijzelingsmogelijkheid” kan vanwege het ontbreken van de in het strafrecht gebruikelijke toetsingsmomenten en de daaruit voortvloeiende lange duur van inbewaringstelling zodanige druk opleveren bij de bestuurder/failliet dat hij zich feitelijk gedwongen voelt om de curator informatie te verstrekken die bij het doorgeven aan het Openbaar Ministerie tot veroordeling in een strafzaak kan leiden. Het gevaar ontstaat dus dat de bestuurder/failliet meewerkt aan zijn eigen strafrechtelijke veroordeling en dus raakt aan artikel 6 EVRM.

De bestuurder/failliet die door een curator wordt onderworpen aan vraagstelling die kan leiden tot een strafrechtelijke vervolging zal dus van de curator de toezegging verlangen dat de informatie die hij geeft niet aan het Openbaar Ministerie wordt doorgespeeld. In dat geval zal de curator de informatie buiten het openbaar faillissementsverslag houden.

Opsporingstaak bij Curator?

De vraag die nu opdoemt is hoe voorkomen kan worden dat het wettelijk vastleggen van de “opsporingstaak” van de curator (en dus het delen van verkregen informatie met opsporingsdiensten) en het recht van de verdachte bestuurder/failliet om niet aan zijn eigen veroordeling mee te werken op gespannen voet met elkaar komen te staan.

De minister heeft dus nog een aardige hobbel te nemen, lijkt het.