Doek valt definitief voor Programmaraden

Halverwege de jaren negentig werden in Nederland de zogenaamde programmaraden ingevoerd. Via de programmaraden kunnen burgers binnen hun gemeente invloed uitoefenen op de samenstelling van het basispakket televisie- en radiozenders. In 2011 maakte de minister van OCW bekend de programmaraden te willen afschaffen. De daarmee samenhangende wijziging van de Mediawet is begin deze maand door de Eerste Kamer aangenomen. Dientengevolge zullen de programmaraden op 1 januari 2014 verdwijnen.

Voor het ontstaan van de programmaraden moeten wij terug naar de vorige eeuw. Halverwege de jaren negentig overwogen steeds meer kabelmaatschappijen om hun programma aanbod gesegmenteerd door te geven. Een beperkt aantal zenders zou tegen een gereduceerd tarief worden aangeboden, terwijl voor een uitgebreider aanbod (pluspakketten) extra zou moeten worden betaald. De overheid wilde echter voorkomen dat aldus te veel programma’s in pluspakketten terecht zouden komen, waarvoor extra zou moeten worden betaald. Een divers minimumaanbod, tegen het gewone tarief, zou in de ogen van de overheid zeker moeten worden gesteld.

In 1997 werd daarom in Nederland een systeem ingevoerd waarbij kabelaars een basispakket van minimaal 15 televisie- en 25 radiozenders moeten uitzenden; daarvan staan zeven televisiezenders (Nederlandse en Vlaamse publieke zenders) en negen radiozenders reeds vast (de must carry zenders). Tevens werd wettelijk geregeld dat aan de nieuwe programmaraden een zwaarwegend adviesrecht toekomt over de samenstelling van het wettelijk basispakket, waarvan de kabelmaatschappij alleen om zwaarwegende redenen kan afwijken. De programmaraden kunnen er dan voor zorgen dat het basispakket pluriform is samengesteld, hetgeen betekent dat er een goede mix is tussen publieke en commerciële zenders en dat alle leeftijds- en doelgroepen iets van hun gading vinden.

Hoe democratisch de gedachte achter de invoering van de programmaraden ook was, hun rol lijkt inmiddels achterhaald. De concurrentie tussen de verschillende aanbieders – via kabel, glasvezel, koperdraad en satelliet – is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Hadden kabelbedrijven aanvankelijk een marktaandeel van circa 90%, in de loop der jaren is dit tot circa 60% afgenomen. Aanbieders van programma’s hebben dan ook meer dan ooit rekening te houden met de wensen van klanten, die anders naar de concurrent overstappen. Overigens regelt de nieuwe wet dat pakketaanbieders ten minste 30 digitale zenders, waaronder de must carry zenders, moeten aanbieden. De pluriformiteit van het basispakket lijkt daarmee gewaarborgd, waardoor Nederlandse huishoudens toegang behouden tot een gevarieerd standaardpakket.

De programmaraden zien dat overigens heel anders. Zij vinden dat de nieuwe wet te weinig verplichtingen kent, waardoor de kijker ‘in de steek wordt gelaten’. Voorzitter Swart van kabelraden.nl noemde het medio dit jaar vreemd dat tv-kijkers geen enkele invloed krijgen op de invulling van het minimaal aan te bieden pakket. Hij verwacht dan ook dat het aanbod zal verschralen. Ik ben daar echter niet zo bang voor. De consument is mondiger dan ooit en er zijn thans alternatieven te over. Aanbieders zullen daarom hun best moeten doen om de kijkers tevreden te stellen en aan zich te binden. Maar mocht het nodig zijn dan heeft de wetgever nog een stok achter de deur. De Mediawet voorziet namelijk in de mogelijkheid om een geschillencommissie in te stellen voor de behandeling van klachten van abonnees over het digitale pakket. Staatssecretaris Dekker heeft de Eerste Kamer laten weten hier indien nodig gebruik van te zullen maken. De tijd zal het leren. Aan de programmaraden komt op 1 januari 2014, een kleine twintig jaar na de invoering, evenwel definitief een einde.

Marco R. Gerritsen
Advocaat/partner bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten
Hoofd sectie Media & Entertainment
www.vandiepen.com