Grensoverschrijdend gedrag van zieke, oude docent leidt tot ontslag

Een docent van een Hogeschool is op staande voet ontslagen vanwege ‘grensoverschrijdend gedrag’ met vrouwelijke studenten. De docent kwam in opspraak toen een student melding deed dat de docent ‘te weinig professionele afstand’ hield. Hij had onder meer e-mails aan studenten gestuurd met teksten als ‘Hi lekker ding’, ‘Good morning sweetie’ en ‘Love u Daddy’. De school zette hem op non-actief.

Na onderzoek van een extern bureau ontsloeg de school hem. Hier ging de docent tegen in beroep met het verweer dat hij zich niet onprofessioneel heeft gedragen en dat hij is ontslagen vanwege zijn leeftijd en ziekte. Het beroep werd door de Commissie van Beroep HBO gegrond verklaard, maar de Arnhemse kantonrechter heeft voor de zekerheid de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een dringende reden zonder toekenning van een vergoeding aan de docent.

Werkgerelateerd arbeidsongeschikt

Werknemer in deze zaak is thans 62 jaar oud en inmiddels 34 jaar bij werkgever in dienst, laatstelijk in de functie van hoofddocent Bedrijfskunde. Op 14 januari 2013 is werknemer (werkgerelateerd) arbeidsongeschikt geraakt en is dat sindsdien gebleven.

In januari 2013 heeft een student een formele klacht ingediend tegen onder meer werknemer over grensoverschrijdend gedrag richting studenten. Hierover heeft werkgever vervolgens met werknemer gesproken.

Op 25 maart 2013 heeft een vervolggesprek tussen werkgever en werknemer plaatsgevonden. Tijdens dat gesprek heeft werkgever werknemer vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Dit is schriftelijk aan hem bevestigd. Werkgever heeft in deze schriftelijke bevestiging aangekondigd dat onderzoeksbureau Vidocq zal worden ingeschakeld om de afgegeven signalen over het (mogelijk) niet in acht nemen van de professionele distantie van werknemer richting (ex)studenten en/of (ex)medewerkers van werkgever te onderzoeken.

Onvoldoende zakelijk uitgelaten: Good morning sweetie

Op 6 mei 2013 heeft Vidocq haar onderzoeksrapportage uitgebracht. Uit de rapportage blijkt onder meer dat werknemer tijdens een werkbezoek aan Kirgizië een saunabezoek met 10 prostituees heeft geregeld en dat hij in zijn e-mailcontacten met studentes te amicaal en onvoldoende zakelijk heeft uitgelaten. Vidocq baseert zich hierbij op de e-mails van werknemer aan studentes waarin hij begint met onder andere: “Hi lekker ding”, “Good morning sweetie” en afsluit met onder meer “Knuffel” of “Love u Daddy”. Verder heeft werknemer begin 2009 een relatie gehad met een 22-jarige Chinese studente. Vidocq baseert zich hierbij onder meer op een e-mail van werknemer aan de studente waarin staat: “When we start kissing, I can feel you are holding back”, en een e-mail van de studente aan werknemer waarin zij onder meer schreef: “To you, I devoted love, feelings en emotions, not completely my life. Sorry, I underestimated the love between me en my boyfriend before. Sorry, I should not have said I love you too so easily to you at that moment.”

Belastende e-mail correspondentie

Tot slot is werkgever in het bezit gekomen van de volgende e-mailcorrespondentie tussen werknemer en een collega:

a. (…) Geloof me dit is de meest interessante vrouw (kut 22 jaar) en ervaring in mijn leven en mag geen slechte ervaring worden voor beiden. Ik ben er zekere van dat we er allebei iets aan hebben. Zij weet die oude lul weer compleet in brand te zetten en andersom lukt dit ook prima, blijkt het. Nog niet het verstand verloren, maar niet zoveel helderheid over merk ik. (…)”
b. “ Goh ik heb een klein meisje voor nodig, nou dat ik vind niet grappig van mezelf en echt beschamend. Zij heeft het nodig om haar emoties te uiten, je compleet dronken aanbieden aan je docent. Tijgertje leek het, helemaal emotioneel, ze durft dit eindelijk een keer in haar welbewust gekozen dronkenschap. Ja, gelukkig ben ik nog wel een nette vent, dat weet je en ik heb er nog nooit één intiem gekust of andere fratsen. Nou ja zo’n aanraking geeft al een tinteling. Kan je ook uitleggen als harassment, maar dat is nooit aan te tonen.”
c. “(…) Kortom het komt allemaal goed met me, als deze verliefdheid over is. Het is gewoon mijn beste student, en ik ben haar beste docent. Die verwarring ook allemaal. Blijft lastig voor die leuke, oude mannen”
d. “(…) We hadden een katalysator nodig om elkaar te vinden. Van begin af aan was er herkenning. Het initiatief lag bij beiden en het pastte helemaal. (…) Ik ben geen echte vieze oude man. Gewoon een jongen op zoek naar stukje geluk, iemand waaraan hij zijn onvoorwaardelijke liefde aan kwijt kan. Mijn hele leven al. Zij is moedig mens en durfde de stap nemen na het innemen van veel alcohol en wist wat ze deed.
e. “(…) Het zijn dan ook heel intense emoties. En lekker fris, met twee onfrisse plekje bij mij is dat de leraar-leerling situatie en zij had er heel veel drank voor nodig om dit te durven.”

Op staande voet ontslagen

Naar aanleiding deze e-mailcorrespondentie en het rapport van Vidocq heeft werkgever werknemer op 7 mei 2013 op staande voet ontslagen. In de brief die naar hem is gezonden staat onder meer:

“Uit het vorenstaande en de bijgevoegde stukken en onderzoeksresultaten van Vidocq blijkt dat u zich in meerdere opzichten en langdurig grensoverschrijdend hebt gedragen, was als werknemer niet aanspreekbaar voor werkgever en bejegende uw leidinggevende systematisch onheus. U creëert op grote schaal onveiligheid en onrust onder studenten, evenals onder personeel. Uw gedrag is op geen enkele wijze uit te leggen, laat staan te rechtvaardigen aan studenten (die zich benadeeld of onterecht bevoordeeld of geïntimideerd voelen), aan collega’s, aan ouders van studenten en aan de maatschappelijke omgeving waarin wij ons bevinden. U berokkent ons als werkgever grote reputatieschade aan en frustreert de ontwikkeling van het Instituut. Met dit alles bezoedelt u bovendien het hart van de onderwijsinstelling, namelijk de pedagogische relatie tussen student en docent.”

Beroep tegen ontslag

Werknemer heeft op 17 mei 2013 bij de Commissie van Beroep HBO beroep ingesteld tegen het ontslag op staande voet. Bij uitspraak van 6 augustus 2013 heeft de Commissie het beroep van werknemer gegrond verklaard. In de uitspraak van de Commissie is onder meer het volgende opgenomen:

“Aangaande die gedragingen overweegt de Commissie dat werknemer zich weliswaar had dienen te onthouden van niet-zakelijke en te amicale correspondentie met studentes, maar dat deze gedragingen, mede in aanmerking nemende overige omstandigheden, niet dusdanig zijn dat het dienstverband thans met onmiddellijke ingang dient te worden beëindigd. De Commissie neemt in aanmerking dat er een behoorlijke tijdsverloop van meerdere jaren zit tussen de relatie en het bekend worden van die relatie bij de werkgever. Niet is gebleken dat werknemer na de verweten gedragingen opnieuw relaties is aangegaan met studentes, zoals verondersteld mag worden dat het om een oud geval gaat en niet om voortschrijdend gedrag. Dit alles dient mede te worden gewogen in het licht van de omstandigheid dat werknemer reeds 34 jaar bij werkgever in dienst is, hij onweersproken heeft gesteld dat hij al die jaren naar tevredenheid heeft gefunctioneerd, alsmede het feit dat werknemer nu ruim 62 jaar is en over ongeveer drie jaren de pensioen- en AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, als gevolg waarvan het dienstverband eindigt. Daar komt bij dat werknemer door een ontslag op staande voet ernstig financieel wordt benadeeld omdat te voorzien valt dat hem dan geen inkomsten resten terwijl een herbenoeming in het onderwijs zeer onwaarschijnlijk te achten valt. De Commissie is derhalve van oordeel dat de situatie thans onvoldoende dringend is om werknemer met onmiddellijke ingang te ontslaan.”

Verzoek werkgever

Gelet op de uitspraak van de Commissie heeft werkgever de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, voor het geval onherroepelijk in rechte komt vast te staan dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven.

Werkgever heeft haar verzoek als volgt onderbouwd. Van een hoofddocent als werknemer wordt verwacht dat deze volkomen integer is en zeker in de omgang met studenten nooit de grens van het onbetamelijke overschrijdt. Een docent verkeert in een machts- en afhankelijkheids-relatie met studenten en mag niet de schijn van misbruik van die relatie wekken. Geldt bij Nederlandse studenten al een ongelijke relatie van afhankelijkheid, voor buitenlandse studenten met veelal een andere achtergrond is dat nog meer het geval.

Voorts is werkgever ernstig geschrokken van de uitkomsten van het onderzoek van Vidocq. Hieruit blijkt immers dat werknemer:

• jarenlang geen terughoudendheid heeft toegepast bij privécontact met (vrouwelijke) studenten en zakelijk en privé door elkaar liet lopen;
• erg veel bezig was met vrouwen, en in het bijzonder met studentes, waarbij hij geen enkele schroom voelde om vanaf zijn werkgever-account, welke dag ook en welk tijdstip van de dag ook, op een zeer onheuse wijze te mailen over jonge vrouwen/studentes, met (vooral) zijn collega;
• met tenminste één studente een zeer intieme relatie heeft gehad; en
• zich niet heeft gedragen zoals van een (hoofd)docent mag worden verwacht.

Verweer werknemer: niet onprofessioneel en sprake van opzegverbod wegens ziekte

Werknemer meent dat hij zich nimmer onprofessioneel of ongewenst heeft gedragen ten opzichte van vrouwelijke studenten. Wel heeft hij altijd een open en informele houding ten opzichte van studenten gehad. Werknemer erkent dat begin 2009 sprake is geweest van een vriendschappelijke relatie tussen hem en een studente, maar niet van een intieme (seksuele) relatie. Hoewel werknemer zich realiseert dat de verhouding wellicht niet paste binnen de gebruikelijke docent-student relatie, levert deze omstandigheid, geplaatst in de context en situatie van dat moment, geen dringende reden op, aldus werknemer. Achteraf bezien had hij anders met de situatie van een verliefdheid tussen een studente en een docent moeten omgaan.
Daarbij komt dat een en ander reeds vier jaar geleden speelde en dat de omgang met studentes al in 2009 onderwerp van gesprek is geweest. Kennelijk was er voor werkgever destijds geen aanleiding om hem te waarschuwen of op andere wijze te straffen, noch is het reden geweest om een specifiek beleid op dit punt, dan wel heldere richtlijnen, op te stellen. Dit heeft ertoe bijgedragen dat docenten hun eigen stijl ontwikkelden met betrekking tot deze omgang, aldus werknemer. Werknemer is voorts van mening dat het ontbindingsverzoek verband houdt met zijn ziekte, zodat sprake is van een opzegverbod. Hij verzoekt de kantonrechter reflexwerking aan dit opzegverbod toe te kennen.

Oordeel kantonrechter: geen verband met opzegverbod

Met betrekking tot het opzegverbod oordeelt de kantonrechter dat het ontbindingsverzoek daarmee geen verband houdt. Het verzoek is immers gebaseerd op een dringende reden, subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding en niet (mede) op de ziekte van werknemer. Werknemer heeft betoogd dat hij al tijden leed onder de hoge werkdruk en de manier waarop zijn leidinggevende met hem omging, maar ook al zou dat juist zijn, hiermee is niet aannemelijk geworden dat werkgever dit verzoek heeft gedaan teneinde het opzegverbod op grond van artikel 7:670 BW te ontlopen.

Vervolgens overweegt de kantonrechter dat, gelet op alle in het geding gebrachte stukken, sprake is van grensoverschrijdende gedragingen. De attitude van werknemer kan niet door de beugel en gaat de aan een docent in zijn omgang met studenten te stellen grenzen te buiten, aldus de kantonrechter.

De vraag is vervolgens of sprake is van omstandigheden die een dringende reden in de zin van artikel 7:677 BW opleveren. Dit betreft ingevolge artikel 7:678 BW zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer die ten gevolge hebben dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortbestaan. Het gaat om strenge inhoudelijke eisen wegens het ontbreken van ontslagbescherming en de ernst van de gevolgen van een ontslag op staande voet (geen inkomen en geen recht op een uitkering). Bij de beoordeling van die vraag moeten in aanmerking worden genomen de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van werknemer.

De kantonrechter is van oordeel dat de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf genomen een dringende reden opleveren. Ten aanzien van docenten in het algemeen, doch zeker van een hoofddocent met een voorbeeldfunctie als werknemer, geldt dat hun gedrag integer moet zijn en zeker in de omgang met studenten nooit de grens van het betamelijke mag overschrijden. Een docent verkeert immers in een machts- en afhankelijkheidsrelatie met studenten en mag niet de schijn van misbruik van die relatie wekken. Dit wordt niet anders als het gaat om (jongvolwassen) meerderjarige studenten en evenmin is doorslaggevend dat die studenten hiertegen mogelijk geen bezwaar hebben (gemaakt). Van werkgever kan derhalve niet worden gevergd om de arbeidsovereenkomst met werknemer te laten voortduren. Dat werknemer 34 jaar bij werkgever in dienst is en steeds naar tevredenheid heeft gefunctioneerd alsmede dat niet valt te verwachten dat hij, gelet op zijn gezondheid en leeftijd, elders betaald werk zal kunnen vinden, maakt dit niet anders.

Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter dan ook tot het oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat deze nog bestaat, op korte termijn wegens een dringende reden dient te worden ontbonden zonder dat aan werknemer daarbij een vergoeding wordt toegekend.

Rechtbank Gelderland, 11 september 2013, ECLI 2013:3064

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten en het verscheen ook op HR Praktijk.