Pensioenontslag bij 65 vernietigbaar

In 37 procent van de pensioenontslagbedingen wordt verwezen naar de leeftijd van 65 zo blijkt uit onderzoek van het ministerie van SZW. Tot voor kort leverde een dergelijk statisch pensioenontslagbeding geen problemen op, omdat 65 de AOW-gerechtigde leeftijd was. Echter, als gevolg van nieuwe wetgeving komt de AOW-gerechtigde leeftijd steeds iets hoger te liggen. Hierdoor sluit 37 procent van de pensioenontslagbedingen niet meer aan op de AOW-wetgeving.

In de meeste arbeidsovereenkomsten is bepaald dat deze overeenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Menigmaal is in de rechtspraak de vraag aan de orde gekomen of dit pensioenontslagbeding rechtsgeldig is. Eerder werd namelijk wel betoogd dat alleen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege zou kunnen eindigen.

Volgens dit betoog zou een pensioenontslagbeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd dan ook niet rechtsgeldig zijn. In juli 2012 heeft de Hoge Raad echter uitsluitsel gegeven en geoordeeld dat een pensioenontslagbeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd rechtsgeldig is.

Wet gelijke behandeling

Voor de werknemers die behoren tot de 37 procent betekent het dat hun arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij 65, terwijl hun AOW-uitkering pas later aanvangt, bijvoorbeeld bij 65 en 7 maanden. In dat geval zit de 65-jarige werknemer zeven maanden zonder inkomen.
In de praktijk acht ik de kans op een ‘AOW-gat’ niet groot. Een werknemer die een AOW-gat ziet naderen, kan eenvoudigweg een beroep doen op artikel 7 van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid. In dit artikel is kort gezegd bepaald dat een werkgever geen onderscheid mag maken op grond van leeftijd (discriminatie), tenzij het onderscheid betrekking heeft op het beëindigen van een dienstverband in verband met het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Dit betekent dat ontslag wegens het bereiken van een andere leeftijd dan de AOW-gerechtigde leeftijd verboden is en dat het pensioenbeding dat expliciet verwijst naar de leeftijd van 65 dus niet rechtsgeldig is. Het gevolg hiervan is dat de arbeidsovereenkomst voortduurt, ook na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Er is immers geen rechtsgeldig pensioenbeding overeengekomen.

Ontslag vernietigbaar

De werkgever kan in zo’n geval nog betogen dat er een objectieve rechtvaardigingsgrond is voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst bij 65 in plaats van de AOW-gerechtigde leeftijd. Ik verwacht echter dat werkgevers niet snel in staat zijn een dergelijke rechtvaardigingsgrond aan te tonen. Het kabinet heeft hierover – bij de behandeling van het wetsvoorstel tot verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd – nog het volgende gezegd:
“Die objectieve rechtvaardiging zal er niet zijn als een werknemer wordt ontslagen omdat in de cao of individuele arbeidsovereenkomst nog steeds sprake is van ontslag bij 65 uitsluitend omdat men de betreffende overeenkomst niet heeft aangepast aan de stijging van de AOW-leeftijd. Als een werknemer desondanks bij 65 wordt ontslagen is dat ontslag vernietigbaar.”

AOW-gerechtigde leeftijd

Gelet op het vorenstaande doet de werkgever er daarom verstandig aan om de pensioenontslagbedingen waarin wordt verwezen naar de leeftijd van 65 aan te passen. Een mogelijke nieuwe formulering zou kunnen zijn: ‘Deze arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, zonder dat opzegging vereist is, met ingang van de dag waarop werknemer de voor hem geldende, vaste AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.’

Gewoonte

Wanneer er geen of geen rechtsgeldig pensioenontslagbeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, zou de werkgever een beroep kunnen doen op het gebruik of de gewoonte binnen zijn onderneming en/of sector dat het dienstverband eindigt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd (de zogenaamde pensioenregel).

Aangezien de maatschappelijke opvattingen over doorwerken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd sterk zijn gewijzigd, is de tendens in de rechtspraak dat veel rechters deze pensioenregel niet meer aanvaarden en dat zij de arbeidsovereenkomst van werknemers zonder pensioenontslagbeding dus in stand laten.

Dit artikel is geschreven door de sectie Arbeidsrecht en het verscheen ook op HR Praktijk.