Signalering scheiden wonen en zorg

Met ingang van 1 januari 2013 is de uit de Rijksbegroting voortvloeiende maatregel ‘het scheiden van wonen en zorg’ gefaseerd ingevoerd. Voorheen kregen zorgbehoevende mensen, die niet meer in hun eigen woning konden blijven wonen, een zorgindicatie van het CIZ voor zorg en verblijf in een zorginstelling. De kosten voor huisvesting en zorg werden voldaan door het AWBZ. Door de zorgbehoevende werd voor het totaalpakket zorg en huisvesting slechts een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voldaan.

Met de inwerkingtreding van deze maatregel dienen nieuwe zorgbehoevende (met een zorgindicatie ZZW VV 1- ZZW VV-2) voortaan zelf de woonlasten te betalen, doormiddel van het sluiten van een afzonderlijke huurovereenkomst met de zorginstelling.

De maatregel ‘scheiden van wonen en zorg’ zal dus voor de nieuwe zorgbehoevende, de zorginstelling en de vastgoedeigenaar ingrijpende huurrechtelijke consequenties hebben. Daarbij dient te worden gedacht aan het volgende:

• Mag een zorginstelling die zelf huurder is van een zorginstelling zelfstandig woningen verhuren aan patiënten(bijv. in onderhuur)?
• Wat zijn in een dergelijk geval de risico’s van onderhuur voor de hoofdverhuurder (vastgoedeigenaar), de onderverhuurder (zorginstelling) en onderhuurder (de patiënt)
• Hoe dient in een dergelijk geval de hoofdhuurovereenkomst te worden gekwalificeerd?
• Hoe wordt de huurprijs bepaald? (puntensysteem of boekwaarde)
• Hoe kan wanbetaling worden voorkomen en zijn daar instrumenten voor?
• Hoe om te gaan met servicekosten?
• Hoe om te gaan met recht op huursubsidie (aanvraag, beheer, enz.) ?
• Mag er een koppeling worden gemaakt tussen het afnemen van zorg en het huren van een woning? (hoe zit dat met de keuze voor een zorgaanbieder?)

Voor vragen over de maatregel ‘scheiden van wonen en zorg’ en de huurrechtelijke aspecten daarvan, kunt u terecht bij de sectie Vastgoed en Huurrecht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten Amsterdam.