De geschillenregeling in de Flex-B.V.

Bij de op 1 oktober 2012 van kracht geworden Wet vereenvoudiging en flexibilisering B.V.-recht is de geschillenregeling ingrijpend gerenoveerd. De mogelijkheden om snel en effectief een einde te maken aan geschillen tussen aandeelhouders zijn daardoor aanzienlijk verbeterd.

De geschillenregeling is bedoeld voor ruziënde aandeelhouders om tot gedwongen koop (uittreding) of verkoop (uitstoting) van aandelen te komen. De procedure bestaat in beginsel uit twee onderdelen. Eerst laat de rechter zich uit over de vraag of de aandelen moeten worden overgedragen. Daarna wordt beslist welke prijs voor de aandelen heeft te gelden.

Tegen de oude geschillenregeling bestonden nogal wat bezwaren. De procedure duurde lang, was kostbaar en leidde er vaak toe dat er nog extra procedures gestart moesten worden om bijvoorbeeld een waardedaling van aandelen vergoed te krijgen of om een uit te stoten aandeelhouder te laten schorsen als bestuurder. Veel aandeelhouders zochten daarom hun toevlucht tot de Ondernemingskamer. Met de invoering van de Flex B.V. heeft de wetgever de geschillenregeling aantrekkelijker willen maken.

De vele mogelijkheden onder de oude regeling om de procedure ernstig te vertragen, zijn grotendeels afgeschaft. Het is nu bijvoorbeeld mogelijk dat de deskundigen al starten met de waardering zodra zij benoemd zijn. De veroordeling tot de overdracht van de aandelen kan direct ten uitvoer gelegd worden. Voorheen moest in beide gevallen de beroepstermijn afgewacht worden. Nieuw is ook de mogelijkheid om het benoemen van een deskundige over te slaan. Dat kan als de statuten of de overeenkomst voldoende duidelijk zijn over de wijze waarop de aandelen gewaardeerd moeten worden. De rechter kan dan in zijn beslissing over de overdracht van de aandelen direct de prijs bepalen. Het spiegelbeeld is ook mogelijk. Als partijen het eens zijn over de overdracht, maar niet over de prijs, dan kan alleen de prijsbepaling aan de rechter worden voorgelegd.

De nieuwe geschillenregeling biedt zowel de rechter als partijen verschillende mogelijkheden om direct bij het begin van de procedure in te grijpen in de gang van zaken bij de onderneming. De rechter kan op verzoek voorlopige voorzieningen treffen voor de duur van de procedure. Hiermee kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat de vennootschap gedurende de procedure wordt leeggehaald. Ook is het mogelijk gemaakt om tijdens de procedure nevenvorderingen in te stellen, zoals het vorderen van een billijke vergoeding vanwege waardedaling van aandelen die veroorzaakt is door de ‘andere’ aandeelhouder(s). Deze vergoeding kan van de mede-aandeelhouder worden gevorderd, en bij uittreding onder omstandigheden ook van de vennootschap zelf.

De aandeelhouders worden vrij gelaten om afspraken te maken die afwijken van de wettelijke regeling. Dat geeft hen de mogelijkheid om arbitrage of bindend advies overeen te komen. Ook kunnen zij al dan niet in de statuten afspraken maken over de waardering van aandelen. Als de wijze van waardering helder is, kan de benoeming van deskundigen zoals aangegeven achterwege blijven. Worden er toch deskundigen benoemd, dan moeten zij zich bij de waardering houden aan hetgeen door partijen is vastgelegd in statuten of overeenkomsten.

De nieuwe regeling vormt dus een effectief instrument voor ruziënde aandeelhouders om op een snelle manier tot een oplossing van het geschil te komen, zonder dat daarvoor een kostbaar en ingrijpend enquêteverzoek en -onderzoek via de Ondernemingskamer nodig is. Een goed alternatief dus!