Update wetsvoorstellen verhoging huurprijs niet geliberaliseerde woningen

De mogelijkheid om de huurprijzen van niet geliberaliseerde woningen per 1 juli 2012 met 5% extra te verhogen is van tafel. Door een uitspraak van de rechter mag de Belastingdienst de daartoe benodigde inkomensgegevens van huurders (nog) niet aan verhuurders verstrekken. De behandeling van het wetsvoorstel is inmiddels aangehouden in afwachting van een aanvullend wetsvoorstel.

De Tweede Kamer heeft op 12 april 2012 het wetsvoorstel aangenomen dat voor huurders van een niet geliberaliseerde woning met een huishoudinkomen van meer dan € 43.000,- jaarlijks een extra huurprijsverhoging, bovenop het inflatiepercentage, van maximaal 5 procent toestaat. Het doel van het wetsvoorstel is om het zogenaamde scheefwonen tegen te gaan en om de doorstroming op de huurmarkt te bevorderen. Het wetsvoorstel ligt op dit moment bij de Eerste Kamer. Op 19 juni jl. is besloten om de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden in afwachting van een aanvullend wetsvoorstel.

Het aanvullende wetsvoorstel biedt verhuurders de mogelijkheid om huurders van niet geliberaliseerde woningen, met een huishoudinkomen tussen € 33.000 en € 43.000 een extra huurprijsverhoging op te leggen van 1 procent, bovenop het inflatiepercentage. Dit wetsvoorstel is voor advies aan de Raad van State gezonden, waarna het wetsvoorstel nog in de Tweede Kamer moet worden behandeld en aangenomen alvorens het in de Eerste Kamer kan worden behandeld.

Beide wetsvoorstellen houden in dat de verhuurder, die van de mogelijkheid van de extra huurprijsverhoging gebruik wil maken, bij het voorstel tot verhoging van de huurprijs een verklaring van de Belastingdienst dient te verstrekken, waaruit blijkt dat het huishoudinkomen van de huurder meer bedraagt dan € 33.000, althans € 43.000.

Anticiperend op de invoering van het eerste wetsvoorstel per 1 juni 2012 had de staatssecretaris van Financiën de Belastingdienst krachtens een ontheffingsbesluit ontheven van de fiscale geheimhoudingsplicht, zodat de Belastingdienst de benodigde inkomensgegevens van huurders tijdig aan verhuurders kon verstrekken.

Vier leden van een huurdersvereniging uit Amsterdam waren van mening dat deze maatregel hun recht op privacy aantast en hebben de zaak voorgelegd aan de voorzieningenrechter bij de Rechtbank Den Haag. De rechter achtte het ontheffingsbesluit in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens en heeft de Belastingdienst verboden inkomensgegevens aan verhuurders te verstrekken zolang daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. Met deze uitspraak is een streep gezet door de aan de Belastingdienst verleende ontheffing en daarmee ook door de mogelijkheid om al per 1 juli 2012 een extra huurverhoging van 5% door te voeren.

Reeds door verhuurders aangezegde huurverhogingen van 5 procent extra, boven op de basis huurverhoging, per 1 juli 2012 hebben vanwege het ontbreken van de rechtsgeldigheid van de inkomensverklaringen geen werking. Verhuurders kunnen deze aanzegging van de extra huurverhoging van 5 procent ongedaan maken door het versturen van een correctiebrief vóór de ingangsdatum van 1 juli 2012. Omdat de huurder daarmee niet benadeeld wordt hoeft er geen volledig nieuwe aanzegging van de huurverhoging te worden gedaan.

Als de wetsvoorstellen door de Eerste Kamer worden aangenomen, zal de Belastingdienst alsnog de bevoegdheid verkrijgen de benodigde inkomensverklaringen te verstrekken. Dit zal echter geen invloed meer hebben op de reeds gedane basishuurverhogingen per 1 juli 2012, omdat De huurprijs in beginsel slechts één maal per jaar mag worden verhoogd. Indien de aanzegging van de jaarlijkse huurverhoging nog niet heeft plaatsgevonden, is het een mogelijkheid om deze uit te stellen totdat het wetsvoorstel is aangenomen. Deze latere aanzegging van de huurverhoging heeft geen terugwerkende kracht.

Overigens blijft de bescherming van huurders door de maximale huurprijsgrens die voor hun woning geldt gewoon van kracht. De maximale huurprijsgrens voor niet geliberaliseerde woningen bedraagt op dit moment € 664,66. Te verwachten valt dat het effect van de eventuele wetswijziging beperkt zal blijven, zolang het maximum niet wordt verhoogd.