Lenteakkoord: het ontslagrecht op de schop?

Door de fracties van VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie is eind april een begrotingsakkoord voor 2013 gesloten. Het akkoord behelst een pakket ingrijpende maatregelen die een vergaande wijziging inhouden van het ontslagrecht. Hoewel het de vraag is of de voorgestelde maatregelen na de komende verkiezingen daadwerkelijk ingevoerd zullen worden, is het wellicht raadzaam om er rekening mee te houden.

In het Lenteakkoord overwegen de fracties dat de Nederlandse arbeidsmarkt internationaal bezien een lage werkloosheid en een hoge arbeidsparticipatie kent, doch qua arbeidsmobiliteit te kort zou schieten. Oorzaken hiervoor worden gezien in het niveau van de ontslagbescherming voor werknemers met een vast contract, een complex en kostbaar ontslagsysteem en onvoldoende activering en omscholing bij ontslag.

De plannen van de fracties om de geconstateerde problematiek op de arbeidsmarkt aan te pakken zijn in het Lenteakkoord in grove lijnen uiteen gezet en bevatten drie hoofdelementen:

  • Het huidige duale ontslagstelsel waarbij de werkgever een keuze kan maken tussen het aanvragen van een ontslagvergunning bij het UWV WERKbedrijf waarmee de arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd of het indienen van een verzoekschrift bij de rechter om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te komen, wordt afgeschaft. In plaats daarvan komt er één eenduidige ontslagroute voor iedereen waarbij de werkgever, nadat een verplichte hoorprocedure binnen de onderneming is doorlopen, zelf kan bepalen of de werknemer wordt ontslagen. Indien de werknemer zich niet kan verenigen met het ontslag kan hij een gerechtelijke procedure opstarten. De ontslagtoets vindt dan niet meer vooraf (preventief) plaats, maar achteraf (repressief).
  • Na de beëindiging van het dienstverband dient de (voormalig) werkgever maximaal de eerste zes maanden de WW-uitkering van de (voormalig) werknemer te voldoen. Het UWV betaalt de WW-uitkering uit en verhaalt de kosten vervolgens op de (voormalig) werkgever. De duur en de hoogte van de WW-uitkering blijven ongewijzigd. De premie voor werkgevers wordt in 2013 tijdelijk verhoogd.
  • De ontslagvergoedingen worden beperkt. Een werknemer kan aanspraak maken op een bedrag ter hoogte van een kwart maandsalaris per dienstjaar, met een maximum van een half jaarsalaris. De vergoeding wordt omgezet in een transitiebudget dat dient ter ondersteuning bij het vinden van een nieuwe baan. Het bedrag kan worden gebruikt voor scholing en voor trajecten van werk naar werk.

Indien het ontslag achteraf ter toetsing aan de rechter wordt voorgelegd, heeft de rechter de mogelijkheid om het ontslag ongedaan te maken of om aan de werknemer een bij wet genormeerde geldelijke vergoeding toe te kennen. Deze vergoeding bedraagt ten hoogste een half maandsalaris per dienstjaar met een maximum van een jaarsalaris. Indien deze vergoeding wordt toegekend is deze vrij besteedbaar en komt deze bovenop het transitiebudget zoals hierboven omschreven.

De invoering van bovengenoemde maatregelen is voorzien per 1 januari 2014. Of de in het lenteakkoord genoemde hervormingen daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden is echter nog maar de vraag. Dit zal onder meer afhankelijk zijn van de uitkomst van de verkiezingen die plaats zullen vinden op 12 september 2012. Wij zullen de ontwikkelingen nauwlettend volgen en u hiervan uiteraard op de hoogte houden.