Flitskredieten vergunningplichtig

Per 1 juni 2011 zijn de regels voor het aanbieden van consumentenkrediet gewijzigd, waardoor ook de zogenaamde flitskredieten onder de vergunningplicht vallen. Daarnaast zijn er regels voor het aangaan van een kredietovereenkomst bijgekomen. Aanbieders die voorheen niet vergunningplichtig waren, kunnen dit nu wel zijn.

De wetswijziging ziet zowel op wijziging van de Wet op het financieel toezicht (“Wft”), de Wet op het consumentenkrediet (“Wck”) als de nieuwe titel 2a van boek 7 Burgerlijk Wetboek. De Autoriteit Financiële Markten (“AFM”) is krachtens de Wft belast met het toezicht op de naleving van de vergunningplicht en de (doorlopende) verplichtingen die uit laatstgenoemde wet volgen. De AFM interpreteert het begrip ‘krediet’ ruim. Iedere aanbieding, waarbij geld ter beschikking wordt gesteld dat op een later moment terug moet worden betaald, valt volgens de AFM onder de wettelijke definitie van ‘krediet’.

Door de wetswijziging is het bereik van de vergunningplicht voor het aanbieden van krediet onder de Wft vergroot. Zo zijn de uitzonderingen voor het aanbieden van krediet op kleine schaal (aan minder dan 100 consumenten) en voor kredieten met een looptijd van negentig dagen of minder vervallen, waardoor ook de flitskredieten onder de vergunningplicht vallen. Een vergunning is echter niet nodig voor krediet dat binnen drie maanden dient te worden afgelost en waarvoor slechts onbetekenende kosten aan de consument in rekening worden gebracht. In dat geval hoeft ook niet te worden voldaan aan de strenge vereisten die de nieuwe regels in het Burgerlijk Wetboek daaraan stellen. Wat onder onbetekenende kosten moet worden verstaan, is nog niet uitgekristalliseerd. Volgens de toelichting bij de wetswijziging vallen er in ieder geval onder:

  • kosten die in relatieve zin onbetekenend zijn. Dit zijn kosten die slechts een zeer klein percentage van het uitstaande krediet bedragen. In geval van een krediet van EUR 2.000,00 hebben de kosten van EUR 5,00 te gelden als onbetekende kosten; en
  • kosten die in absolute zin onbetekenend zijn. Kosten zijn onbetekenend als deze maximaal EUR 50,00 op jaarbasis bedragen. Teruggerekend naar drie maanden komt dit neer op een bedrag van maximaal EUR 12,50.
    De AFM is bijzonder alert op ondernemingen die (flits)kredieten aan consumenten aanbieden. Een overtreding van de wettelijke vergunningplicht wordt aangemerkt als een economisch delict en kan leiden tot een hoge boete.