Noot bij Hof Leeuwarden 26 juli 2011 (NDP/Flevoland), LJN BR3119

Uitsluitend ten aanzien van onpersoonlijke geschriften kan een auteursrechtvoorbehoud zoals bedoeld in artikel 15 lid 2 Aw, niet worden geëffectueerd. Werken ten aanzien waarvan een auteursrechtvoorbehoud is gemaakt, kunnen niet op basis van artikel 15 Aw in papieren knipselkranten worden overgenomen.

Op grond van artikel 15 lid 1 Aw levert het onder omstandigheden geen auteursrechtinbreuk op wanneer het ene nieuwsmedium werken overneemt van het andere, tenzij in het medium waaruit wordt overgenomen het auteursrecht op die werken uitdrukkelijk is voorbehouden. Maar het tweede lid van de bepaling meldt dat zo’n voorbehoud niet kan worden geëffectueerd ten aanzien van ‘nieuws- en gemengde berichten’. Sinds 2004, toen de Auteursrechtrichtlijn werd geïmplementeerd, moet de bepaling geacht worden te zijn gebaseerd op artikel 5 lid 3 onder c van deze richtlijn. De Auteursrechtrichtlijn maakt geen onderscheid tussen nieuws- en gemengde berichten en andere typen publicaties, maar bepaalt dat een auteursrechtvoorbehoud kan worden geëffectueerd ten aanzien van álle soorten werken. Hoe valt het een met het ander te rijmen?

Spoor, Verkade en Visser stellen in hun handboek de volgende oplossing voor. Het tweede lid van artikel 15 Aw waardoor een voorbehoud ten aanzien van nieuws- en gemengde berichten niet kan worden gemaakt, moet sinds de Auteursrechtrichtlijn geacht worden alléén nog betrekking te hebben op ‘onpersoonlijke’ geschriften (die niet aan de werktoets voldoen). [1] De Auteursrechtrichtlijn heeft géén betrekking op dergelijke geschriften, maar uitsluitend op geschriften die wel aan de werktoets voldoen, zodat ze er niet aan in de weg staat dat de Nederlandse wetgever minder ver gaande bescherming verleent aan onpersoonlijke geschriften. Het Hof volgt deze redenering: slechts ten aanzien van onpersoonlijke geschriften heeft een voorbehoud geen werking. Dat betekent dat artikelen die aan de werktoets voldoen en ten aanzien waarvan een voorbehoud is gemaakt, niet zonder toestemming in knipselkranten mogen worden gebruikt.

Midden jaren negentig oordeelde de Hoge Raad nog dat het vervaardigen en intern verspreiden van papieren knipselkranten op grond van artikel 15 Aw géén inbreuk oplevert. [2] Midden jaren nul oordeelde een lagere rechter dat artikel 15 Aw de digitale knipselkrant niet toestaat, onder meer omdat intussen de Auteursrechtrichtlijn was geïmplementeerd. [3] Het bovenafgedrukte arrest van het Hof houdt in feite in dat nu ook de papieren knipselkrant niet meer onder de uitzondering van artikel 15 Aw zou vallen. Auteursrechtelijke bescherming wordt immers al snel aangenomen en de meeste, zo niet alle, kranten maken tegenwoordig een auteursrechtvoorbehoud in hun colofon. Derhalve kunnen op grond van artikel 15 Aw nog maar weinig krantenberichten vrijelijk worden gebruikt in knipselkranten. Als andere rechters het arrest volgen, kan de vrije knipselkrant officieel worden doodverklaard en de jurisprudentie van de Hoge Raad op grond waarvan het overnemen van werken in papieren knipselkranten geen inbreuk opleverde, de papierbak in.

Naar verluidt is de zaak geschikt en krijgt de Hoge Raad dit maal geen gelegenheid om zich over de (papieren) knipselkrant uit te spreken. Zou de Hoge Raad zijn omgegaan, wanneer cassatie was ingesteld? De rechter in eerste instantie vond de argumenten van de uitgevers niet overtuigend. [4] De parlementaire geschiedenis kan immers suggereren dat de wetgever bij implementatie van de Auteursrechtrichtlijn voor ogen had om de (toen) bestaande en toegestane praktijk – waaronder hele artikelen vrij werden gebruikt in papieren knipselkranten – niet te frustreren. [5] Met artikel 5 lid 3 onder o laat de Auteursrechtrichtlijn bovendien ruimte om nationale beperkingen met betrekking tot ‘analoog’ gebruik in stand te laten, al zouden zij strikt genomen met de richtlijn conflicteren. Elders in de toelichting bij de implementatiewet geeft de minister echter weer aan dat de termen ‘nieuws- en gemengde berichten’ geen betrekking hebben op ‘werken’, [6] wat als gezegd tot gevolg kan hebben dat, als er een voorbehoud is gemaakt, ook de papieren knipselkrant feitelijk niet meer op basis van artikel 15 Aw zou zijn toegestaan – althans geen artikelen meer mag bevatten die aan de werktoets voldoen.

Intussen hebben de meeste uitgevers zich verenigd in het zogenaamde ‘Copyright Licentie- en Incassobureau PRO’ (CLIP) van de Stichting Pro, dat collectieve licenties verleent voor knipselkranten. [7] De Stichting Pro, een afgeleide van de Stichting Reprorecht die aanvankelijk is opgericht om de readergelden te innen, heeft daarmee een interessante nieuwe markt aangeboord. Praktisch is de voormalige vrijstelling voor knipselkranten daarmee omgezet in een vergoedingsrecht voor uitgevers ten aanzien van knipselkranten. Wie een – niet al te uitvoerige – knipselkrant wil maken kan dat doen, als hij maar betaalt.

——————————————————————————–

[1] Spoor, Verkade, Visser, Auteursrecht, 2005, p. 236.
[2] HR 10 november 1995, NJ 1996, 177; AMI 1996, p. 55 (Stichting Reprorecht/NBLC).
[3] Rb. Den Haag 2 maart 2005, Computerrecht 2005, p. 143 (Uitgevers/ De Staat).
[4] Rb. Zwolle 10 februari 2010, LJN: BM3696.
[5] TK 2001-2001, 28 482, nr. 3, p. 39.
[6] TK 2002-2003, 28 482, nr. 8, p. 8-9.
[7] Zie: www.clip.nl.