Douane en IE rechten: STOP STOP STOP!

De hoogste Europese rechter staat op het punt een lastige knoop door te hakken: onder welke voorwaarden maken goederen die niet zijn bestemd voor de Nederlandse of Europese markt maar op doorvoer zijn naar een ander land inbreuk op een recht van Intellectuele Eigendom (IE) in het land van doorvoer. De uitspraak kan verstrekkende consequenties hebben (met terugwerkende kracht).

Transito, goederen “achter de douane”
Goederen staan in de bedoelde situatie onder toezicht van de douane. De rechthebbende kan de douane verzoeken dergelijke goederen tegen te houden. Wat nu als zulke goederen niet bestemd zijn voor de Nederlandse of Europese markt, bijvoorbeeld als het goederen betreft met een zogenaamde T-1 status onder “extern douanevervoer” of in douane-entrepot? Voor een distributieland als Nederland bepaald geen ongewone situatie. Kan de IE rechthebbende ook in die gevallen optreden?

Tot voor kort werd in Nederlandse rechtspraak in deze situatie inbreuk aangenomen, zodat de goederen konden worden tegengehouden en vernietigd. Deze rechtspraak was gebaseerd op een aan de zogeheten Europese “Anti-piraterijverordening” ontleende “vervaardigingsfictie”. Volgens die fictie zijn goederen op doorvoer per definitie inbreukmakend als zij ook inbreuk zouden maken wanneer zij in Nederland zouden zijn vervaardigd. Al langer was de vraag of dit verenigbaar is met rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) volgens welke transitgoederen geen inbreuk maken in het doorvoerland, tenzij de rechthebbende aantoont dat de goederen ondanks hun (papieren) transitstatus in dat land op de markt zullen worden gebracht.

Maar liefst twee rechters – een Belgische en een Engelse – hebben het HvJEU verzocht zich uit te spreken over de houdbaarheid van de “vervaardigingsfictie” (in de gevoegde zaken Nokia (C-495/09) en Philips (C-446/09). Een uitspraak zal niet lang meer op zich laten wachten en zal mogelijk een streep zetten door het gebruik van de vervaardigingsfictie. Als het Europese hof aldus beslist dan zou dat kunnen leiden tot claims van partijen waarvan de transitzendingen eerder zijn tegengehouden en vernietigd. Rechthebbenden die transitgoederen hebben laten tegen houden doen er daarom verstandig aan om zich daarop voor te bereiden en alsnog na te gaan of die goederen een zuivere doorvoerstatus hadden. Als u daar prijs op stelt, zal de uitspraak na verschijning aan u worden toegezonden. U kunt dat per e-mail kenbaar maken aan de contactpersoon.

Contactpersoon:
Arnout Gieske
a.gieske@vandiepen.com