Nieuwe vakantiewetgeving per 1 januari 2012

Op 24 mei jl. jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel van minister Kamp om de regeling voor vakantie en verlof aan te passen. Het wetsvoorstel is ontstaan door een uitspraak uit 2009 van het Europese Hof van Justitie (arrest Schultz-Hoff).1 Alhoewel dit arrest betrekking had op het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, heeft deze uitspraak door de Europese regelgeving op alle lidstaten, waaronder Nederland, betrekking.

Het Hof heeft in deze uitspraak bepaald dat ook zieke werknemers gedurende de hele periode dat zij ziek zijn vakantiedagen kunnen opbouwen omdat dit anders in strijd is met richtlijn 2003/88/EG. Dit recht op vakantiedagen bestaat uit minimaal vier weken vakantie per jaar met behoud van loon. In Nederland is het op dit moment zo geregeld dat volledig arbeidsongeschikte werknemers pas vakantiedagen gaan opbouwen gedurende de laatste zes maanden van hun ziekte en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers dit wel kunnen over de hele periode maar naar evenredigheid van gewerkte tijd. Zij bouwen nu dus minder vakantie op dan een niet arbeidsongeschikte werknemer. Dit strookt net als de regelgeving in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland niet met de EG-richtlijn. Het verkrijgen van vakantiedagen hangt namelijk samen het krijgen van loon en loon ontvang je ook als je ziek bent. Naar aanleiding van dit arrest heeft men dan ook een voorstel tot wetswijziging opgesteld en dit is aangenomen.

In de nieuwe wetgeving zijn twee belangrijke zaken aangepast. Allereerst zullen zieke werknemers, zoals hiervoor al besproken, voortaan het recht op hetzelfde aantal vakantiedagen hebben als werknemers die niet ziek zijn. De nieuwe wetgeving zorgt ervoor dat alle werknemers een wettelijk recht op minimaal 20 vakantiedagen per jaar hebben. Daarnaast heeft het kabinet ermee ingestemd dat de wettelijke vakantiedagen per 1 januari 2012 binnen zes maanden na het opbouwjaar door alle werknemers dienen te worden opgenomen. Als dit niet gebeurd, dan komen de wettelijke vakantiedagen te vervallen. Hiermee wil het kabinet voorkomen dat werknemers hun vakantiedagen opsparen voor bijvoorbeeld een langere vakantie. Het is de bedoeling dat werknemers vaker vakantie gaan nemen om tot rust te komen. Nu is het nog mogelijk voor werknemers om vakantiedagen onbeperkt op te bouwen. De enige beperking die de opbouw van vakantiedagen heeft is de verjaringstermijn van vijf jaar. In verband met de veiligheid en gezondheid wenst de regering met deze nieuwe regelgeving een minimum vakantie te stimuleren. Vakantie heeft een zogenaamde recuperatiefunctie, dat wil zeggen de functie van herstellen c.q. uitrusten van de verplichtingen voortvloeiend uit de dienstbetrekking. Deze stimulering geldt ook voor zieke werknemers. Zo dient een langdurig zieke re-integrerende werknemer ook vakantie te kunnen opnemen als hij/zij even onder zijn/haar re-integratieplicht wil uitkomen. Het gevolg van deze nieuwe regelgeving is dat een re-integrerende werknemer ook zijn/haar wettelijke vakantiedagen moet opnemen omdat deze anders komen te vervallen. Werkgever en werknemer kunnen wel in onderling overleg ten gunste van de werknemer van deze vervaltermijn afwijken en deze dus verlengen.

Voorts geldt dat alle de bovenwettelijke vakantiedagen, dus het aantal dagen boven de 20 wettelijke dagen, die bijvoorbeeld bij CAO extra worden toegekend, buiten deze regeling vallen. Voor deze vakantiedagen blijft de verjaringstermijn van vijf jaar gewoon bestaan. Voorts is het zo dat de maximale termijn voor het opnemen van vakantiedagen niet voor werknemers geldt die niet in staat zijn geweest om hun vakantie op te nemen voor de vervaltermijn, bijvoorbeeld vanwege medische redenen of andere bijzondere omstandigheden door toedoen van de werkgever.

De regering heeft besloten dat de nieuwe wetgeving per 1 januari 2012 gaat gelden. Dit houdt in dat de vervaltermijn niet van toepassing is op vakantiedagen die zijn opgebouwd voor de invoering van het wetsvoorstel. Zodra de nieuwe wetgeving van start zal gaan zullen eerst de wettelijke vakantiedagen worden opgenomen en daarna pas de dagen waarvoor de verjaringstermijn van vijf jaar geldt. Ook de wettelijke vakantiedagen die voor 1 januari 2012 zijn opgebouwd vallen dan onder de bovenwettelijke vakantiedagen. Het komt erop neer dat de werknemer eerst zijn vakantiedagen waar een termijn van zes maanden voor geldt zal opmaken en daarna pas de vakantiedagen waar een termijn van vijf jaar voor geldt zal opmaken.

Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met de sectie arbeidsrecht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten.

1) HvJ EG 20 januari 2009, nr. C-350/06 en nr. C-520/06, JAR 2009/58