Digitale schandpaal: zegen of vloek?

Het recht op privacy is een belangrijk grondrecht. Tegen privacyschendingen moet worden opgetreden. Met deze stelling zal de gemiddelde burger het wel eens zijn. Het al dan niet mogen nagelen aan de digitale schandpaal van criminelen, ligt echter beduidend gevoeliger. De aankondiging door de voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (Cbp) van een voorgenomen wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), waardoor afschrikwekkende boetes kunnen worden opgelegd aan winkeliers, pompstationhouders en particulieren die de privacy van criminelen schenden, heeft tot veel ophef geleid. Zelfs bij politici. Reacties als ‘totaal ridicuul’ en ‘een volstrekt verkeerd signaal’, zijn in dat verband illustratief.

Naar aanleiding hiervan heeft staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie op 5 augustus 2011 gereageerd op Kamervragen. Hij laat aan de Kamer weten dat niet iedereen die foto’s, filmpjes of persoonsgegevens van criminelen op internet plaatst, zal worden beboet. Bij een bestuurlijke boete moet altijd sprake zijn van ‘proportionaliteit’ en ‘subsidiariteit’. Het Cbp zal rekening moeten houden met de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en alle overige relevante omstandigheden van het individuele geval. Dat kan onder omstandigheden met zich meebrengen dat geen boete wordt opgelegd, zelfs als er naar de letter van de wet sprake zou zijn van een overtreding van de wet, aldus Teeven.

De consternatie zal niet zozeer liggen aan het feit dat privacywaakhond Cbp in de toekomst strenger zal kunnen optreden in geval van geconstateerde privacyschendingen. Dat een waakhond ook moet kunnen bijten, is op zichzelf logisch. De keerzijde van de medaille ligt echter gevoelig, namelijk dat criminelen in beginsel dezelfde (privacy)bescherming genieten als ieder ander. Vrouwe Justitia is niet voor niets geblinddoekt. Als echter het gevoel ontstaat dat de dader er beter vanaf komt dan het slachtoffer, dan neemt de steun van de burger voor dergelijke wetten zienderogen af. Naar mijn mening ook de aanleiding van de ophef. De recente toelichting van Teeven kan in dat verband wellicht bijdragen aan het begrip bij de burger.

Deze discussie kan overigens niet los worden gezien van het voornemen binnen Europa om de privacy van burgers beter te beschermen en de Europese Privacyrichtlijn waar nodig aan te passen. De Europese Commissie heeft vorig jaar in een beleidsdocument aangekondigd dat de EU een integrale en coherente aanpak moet ontwikkelen die waarborgt dat het fundamentele recht van individuen op gegevensbescherming onverkort wordt geëerbiedigd. Met het oog op de handhaving van de regels inzake gegevensbescherming is het van wezenlijk belang dat wordt voorzien in doeltreffende corrigerende maatregelen en sancties, aldus de Commissie. Indien de Privacyrichtlijn wordt aangepast, zal Nederland de Wbp hiermee hoe dan ook in lijn moeten brengen.

De schade door winkelcriminaliteit alleen al bedroeg vorig jaar ruim één miljard euro. Het is op zich niet onbegrijpelijk dat ondernemers die voor de zoveelste keer het slachtoffer zijn geworden van een misdrijf, geneigd zijn om de beelden hiervan op internet te zetten. Bij burgers is dat niet anders. Eigenrichting is echter niet de gewenste weg. Daarvoor hebben wij politie en justitie. Het is dan wel aan de overheid om ervoor te zorgen dat de pakkans voor criminelen groter wordt. Daar zit nu de pijn. Als de opsporing bij misdrijven te veel te wensen overlaat, wordt de roep om eigenrichting luider. Hoe begrijpelijk ook, daarbij wordt dan uit het oog verloren dat het uithollen van het recht op privacy uiteindelijk ook u en mij zal treffen.