Aanpassing in de wettelijke gemeenschap van goederen

Op 12 april 2011 is het wetsvoorstel voor aanpassing van de wettelijke gemeenschap van goederen aangenomen door de Eerste Kamer. Hiermee is een eind gekomen aan de discussie die reeds in 2003 is begonnen. Naar verwachting zal de nieuwe wet per 1 januari 2012 in werking treden. Ondanks dat het huwelijksvermogensrecht door deze nieuwe wet wordt gemoderniseerd, zal nog steeds het uitgangspunt zijn dat het hoofdstelsel een gemeenschap van goederen is. De belangrijkste aanpassingen zullen hieronder besproken worden.

Zo zal ten eerste de omvang van de gemeenschap van goederen worden beperkt. Volgens de huidige regeling worden door het huwelijk in principe alle goederen en schulden die partijen op dat moment hebben, gemeenschappelijk. In de nieuwe regeling zullen aangebrachte goederen en schulden, giften en erfrechtelijke verkrijgingen van de boedelmenging worden uitgezonderd. Dit komt er op neer dat alleen goederen die tijdens het huwelijk worden verkregen door beider inspanningen of schulden welke in die periode zijn gemaakt, gezamenlijk zullen worden. Deze aanpassing is volgens de regering nodig, omdat deze nieuwe regeling meer bij deze tijd past.

Daarnaast bestaat er in de nieuwe wetgeving de mogelijkheid voor echtgenoten om tijdens hun huwelijk bijvoorbeeld de gemeenschap van goederen te wijzigen in huwelijkse voorwaarden zonder tussenkomst van de rechter. In de huidige wetgeving dient een dergelijke wijziging ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de rechtbank. Deze goedkeuring is bedoeld om schuldeisers te beschermen. Indien dit niet gebeurt zou dat namelijk in de huidige wetgeving voor schuldeisers betekenen dat zij niet meer beide echtgenoten voor 100 procent aansprakelijk kunnen stellen voor gemeenschapsschulden, omdat er ineens sprake kan zijn van huwelijkse voorwaarden. In de nieuwe wetgeving is de rechterlijke goedkeuring afgeschaft. Toch is er ook rekening gehouden met de schuldeisers. Zo is er bepaald dat de echtgenoten zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor alle gemeenschapsschulden die er op het moment van wijziging aanwezig zullen zijn. Voor echtgenoten betekent dit dat het makkelijker en minder kostbaar is om het huwelijksvermogensregime aan te passen aan eventuele gewijzigde omstandigheden.

Voorts is de wet aangepast op het gebied van de afwikkeling van het huwelijksvermogensrecht. In de nieuwe wetgeving zal bij de afwikkeling niet, zoals bij de huidige wetgeving, het nominale bedrag vergoed worden die echtgenoten vanuit hun privévermogen aan de gemeenschap hebben bijgedragen , maar zal er rekening worden gehouden met het positieve of negatieve rendement van de bijdragen naar evenredigheid. Dit noemt ment ook wel de zogenaamde ‘beleggingsleer’. Dit betekent bijvoorbeeld wanneer een echtgenoot privémiddelen heeft aangewend voor de koop van een huis, hij/zij niet slechts het nominale bedrag aan privémiddelen krijgt uitgekeerd. Er zal ook rekening worden gehouden met de waardeontwikkeling van het huis.

Tevens is de bestuursregeling in de nieuwe wet gewijzigd. In de huidige wetgeving heeft de echtgenoot van wie het goed is, daarover het bestuur. In de nieuwe wetgeving zal echter ieder van de echtgenoten zelfstandig bevoegd zijn over alle goederen van de gemeenschap. Alleen voor goederen op naam en voor goederen die dienstbaar zijn aan het beroep of bedrijf van een echtgenoot, blijven de huidige regels gehandhaafd.

Tot slot is het tijdstip van de ontbinding van de gemeenschap aangepast. In de huidige wetgeving is het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand het moment van ontbinding van de gemeenschap. In de nieuwe wet zal dit tijdstip al op het moment van indiening van het verzoekschrift zijn. Het tijdstip van de ontbinding van de gemeenschap is belangrijk in een scheiding omdat dat moment wordt gehanteerd als peildatum voor de verdeling van het vermogen. Binnen de huidige wetgeving zal de echtgenoot die een erfenis (zonder uitsluitingsclausule) krijgt moeten delen met de ander echtgenoot indien de beschikking nog niet is ingeschreven in de burgerlijke stand. In de aangepaste wet is dit probleem verholpen, omdat de echtscheiding al rechtsgeldig zal zijn op moment van indiening van het verzoekschrift.

Met deze wetswijziging is Nederland nog steeds één van de weinige landen ter wereld waar door het aangaan van een huwelijk een algehele gemeenschap van goederen ontstaat. Het idee in 2003 was echter om een gemeenschap van goederen te introduceren die slechts over goederen zou gaan die tijdens het huwelijk zijn verkregen en schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan. Het is niet gelukt om dit volledig voor elkaar te krijgen. Wel is de gemeenschap van goederen beperkter geworden. Het sluit daarmee beter aan bij de huidige maatschappij.

Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met mr. Rick Hoff, advocaat bij van Diepen Van der Kroef advocaten te Haarlem (www.vandiepen.com).