Waarschuwing DNB en AFM over crowdfunding

Op 4 mei waarschuwden de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank (DNB) dat op crowdfunding wettelijke bepalingen van toepassing zijn, waarmee bij de opzet van platforms voor crowdfunding rekening moet worden gehouden. Daarnaast vestigen zij de aandacht op risico’s voor de gebruikers van crowdfunding (lees: beleggers) en benadrukken zij dat alleen instellingen met een vergunning van de AFM en/of DNB onder toezicht staan.

Crowdfunding is het bijeenbrengen van vraag naar en aanbod van geld door middel van het internet. Bij crowdfunding worden kleine bedragen gevraagd en wordt geïnvesteerd in vooral nieuwe producten en jonge ondernemingen. Deze vorm van beleggen of investeren wordt in Nederland steeds populairder.

Vergunning aanvragen?
De Nederlandsche Bank wijst op het verbod om zonder vergunning het bankbedrijf uit te oefenen en attendeert initiatiefnemers van crowdfunding erop, dat een onderneming die het bankbedrijf wil uitoefenen, in aanmerking kan komen voor een bankvergunning. Deze opmerking had DNB achterwege kunnen laten. Vanwege de aard van de bij crowdfunding betrokken partijen en de omvang van hun activiteiten, is het praktisch uitgesloten dat een bankvergunning door hen zal worden aangevraagd of kan worden verkregen. Daarvoor zijn de voorwaarden voor verstrekking te veeleisend.

Afhankelijk van de opzet en gekozen structuur kan de initiatiefnemer ook te maken krijgen met andere vergunningplichten of prospectuseisen, zoals die voor beleggingsinstellingen of bemiddelaars in krediet of financiële producten. Hoewel de daarmee samenhangende vergunningseisen minder ver strekken dan die voor banken, is goed mogelijk dat voor veel initiatiefnemers van crowdfunding deze horde, in elk geval in de opbouw van hun activiteiten, nog steeds te hoog is. Onder meer vanwege de kosten die aan het vergunningstraject zijn verbonden.

Gelukkig heeft de (Europese) wetgever er oog voor gehad, dat voor sommige financiële transacties met geringe omvang, het te belastend is om een vergunning aan te aanvragen of een prospectus op te stellen. Zo kan een onderneming voor de financiering van haar eigen activiteiten via crowdfunding – zonder vergunning of prospectus – een bedrag van € 2,5 mln van beleggers opvragen in een periode van twaalf maanden, mits zij in reclame-uitingen en aanbiedingsdocumenten vermeldt dat de aanbieding geschiedt zonder vergunningplicht en dat zij niet onder toezicht staat van de AFM.

Toezicht op oneerlijke handelspraktijken
De opmerking van de AFM en DNB, dat alleen instellingen met een vergunning onder toezicht staan, is overigens niet helemaal juist. Sinds enkele jaren is de AFM via de ‘Wet handhaving consumentenbescherming (Whc)’ aangewezen als toezichthouder voor oneerlijke handelspraktijken. Dat toezicht strekt zich ook uit over marktpartijen zonder vergunning. De AFM kan bestuursrechtelijke maatregelen treffen, die bevorderen dat crowdfunding eerlijk verloopt en dat beleggers niet worden misleid. Tevens geeft de AFM op haar website (www.AFM.nl) tips aan beleggers, om te zorgen dat zij geen verkeerde beleggingsbeslissingen nemen bij crowdfunding.

Dit artikel is een bewerking van het eerder gepubliceerde artikel van John Molenaar in rubriek Optiek van het Financieel Dagblad van 14 mei 2011.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de sectie Financieel recht van Van Diepen Van der Kroef Advocaten.