Verduidelijking toepasselijkheid Europese richtlijn inzake overgang van onderneming

Recent heeft het Hof van Justitie van de EU zich uitgesproken over de toepasselijkheid van de Richtlijn betreffende de rechten van werknemers bij een overgang van onderneming. Het hof vindt dat de richtlijn niet van toepassing is wanneer een gemeente, die haar gebouwen in het verleden door een particulier schoonmaakbedrijf heeft laten schoonmaken, besluit de overeenkomst met dit schoonmaakbedrijf op te zeggen en de schoonmaak voortaan met nieuw aangetrokken personeel zelf te verzorgen. De uitspraak bevestigt en verduidelijkt de bestaande jurisprudentie van het hof.

Het hof moest oordelen over een zaak die speelde in Spanje. Een gemeente die voor het schoonmaken van gemeentelijke scholen en gebouwen gebruik maakte van de diensten van een schoonmaakbedrijf, besloot voortaan zelf de schoonmaak te verzorgen. De gemeente beëindigde de overeenkomst met het schoonmaakbedrijf en nam zelf nieuw personeel in dienst om het werk uit te voeren. Het schoonmaakbedrijf liet haar werknemers weten dat zij niet langer bij haar in dienst waren, maar aanspraak konden maken op een baan bij de gemeente op grond van de toepasselijke CAO. De gemeente weigerde echter de werknemers in dienst te nemen, waarop één van hen besloot een procedure te beginnen tegen het schoonmaakbedrijf. Het schoonmaakbedrijf werd in het ongelijk werd gesteld en ging in hoger beroep. De appèlrechter vond dat er aanleiding was om een prejudiciële vraag te stellen aan het Europese Hof over de toepasselijkheid van de Europese richtlijn betreffende de rechten van werknemers bij een overgang van onderneming.

Het hof had zich al herhaaldelijk uitgesproken over de toepasselijkheid van de richtlijn. Zo was al uitgemaakt dat er (ook) sprake kan zijn van een overgang van onderneming indien de verkrijger een publiekrechtelijke rechtspersoon, bijvoorbeeld een gemeente, is. Verder had het hof al geoordeeld dat de richtlijn van toepassing kan zijn indien een onderneming besluit schoonmaakwerkzaamheden, die zijn uitbesteed, voortaan zelf te verrichten en vice versa, zelfs als die werkzaamheden door een enkele werknemer werden verricht.

Kortom, in ieder geval waarin een wisseling plaatsvindt van de rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid bepaalde werkzaamheden worden uitgevoerd, moet rekening worden gehouden met de mogelijke toepasselijkheid van de richtlijn. Voor de vraag of de richtlijn daadwerkelijk van toepassing is, is doorslaggevend of er sprake is van een economische eenheid die na de verandering van de situatie haar identiteit behoudt. In een arbeidsintensieve sector, zoals de schoonmaakbranche, is voor het identiteitsbehoud vereist dat de verkrijger tenminste een wezenlijk deel van het personeel overneemt. Om die reden kon in het geval waarover het hof recent moest oordelen geen sprake zijn van een overgang van onderneming. De gemeente had namelijk geen personeel van het schoonmaakbedrijf overgenomen.

Contactpersonen:

Martina Siegfried Peter Habermehl
m.siegfried@vandiepen.com p.habermehl@vandiepen.com