De eeuwige strijd om televisieformats

Vorige week werd bekend dat het duo Gerard Joling en Gordon, bekend onder de illustere naam “Geer en Goor”, plannen hebben om een speelfilm te maken. De film, die naar verluidt Geer en Goor, The Movie zal gaan heten, zal worden gebaseerd op het televisieprogramma Joling & Gordon Over de Vloer. Mogelijk dat dit voornemen menig fan van Geer en Goor zal bekoren. De bedenker van Over de Vloer, niemand minder John de Mol, zou beduidend minder enthousiast hebben gereageerd en zelfs overwegen om juridische stappen te nemen. Niet veel later zou dit bericht weer onjuist zijn en John de Mol in het verkeerde keelgat zijn geschoten. Begrijpt u het nog?

Wat hier ook van zij, de handel in televisieformats is big business. Deze maand reizen wederom duizenden professionals uit de hele wereld af naar Cannes om tijdens de MIPTV hun programma’s en formats aan de man te brengen. Het is een lucratieve business want de vergoeding voor een succesvol format kan in sommige landen oplopen tot tienduizenden euro’s per aflevering. Het is niet verwonderlijk dat programmabedenkers ‘not amused’ zijn als hun format door een ander wordt gekopieerd. De beschermingsomvang van televisieformats is in de praktijk echter meestal beperkt.

Gelijk in de ons omringende landen wordt in Nederland algemeen aangenomen dat een televisieformat als een auteursrechtelijk werk kan worden aangemerkt. Het format moet dan in de eerste plaats een ‘eigen, oorspronkelijk karakter’ bezitten, of te wel niet ontleend zijn aan het werk van een ander. Daarnaast dient het format het ‘persoonlijk stempel van de maker te dragen’, hetgeen betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen.

Het probleem bij menig televisieprogramma en het daaraan ten grondslag liggende format is dat vaak sprake is van eerder gebruikte, weinig onderscheidende elementen. In dat geval is er ook geen hoge mate van oorspronkelijkheid. Zo is bijvoorbeeld bij talentenjachten vaak sprake van meerdere kandidaten die tegen elkaar strijden voor een prijs, een vakjury met coryfeeën, een presentator die het programma vakkundig aan elkaar praat en de mogelijkheid voor het televisiekijkend publiek om een stem uit te brengen via sms of telefoon. Denk aan programma’s als Idols, Popstars, The Voice of Holland, X-Factor en The Sing-Off, om er maar een paar te noemen.

Als twee televisieprogramma’s op elkaar lijken is dan ook niet direct sprake van inbreuk. Hier en daar een paar wijzigingen en de totaalindruk van beide programma’s kan al snel voldoende van elkaar verschillen. Programmamakers zijn in de praktijk ook niet zo gek om alle (beschermde) elementen van een programma te kopiëren. Sinds de eerste rechterlijke uitspraak in verband met een vermeende inbreuk op een televisieformat in 1986, heeft de Nederlandse rechter de klager meestal in het ongelijk gesteld. Mocht de film van Geer en Goor er komen en John de Mol toch boos blijken te zijn, dan is het nog maar de vraag of geoordeeld zal worden dat van inbreuk sprake is.