Transformatie kantoorgebouwen Amsterdam versoepeld

Nog voor de bekendmaking van de vorm en inhoud van de ‘leegstandspilots’ die de gemeente Amsterdam noemt in haar Leegstandsnota en die zien op de te volgen procedure bij de transformatie van kantoorgebouwen, heeft een zevental raadsleden van de Amsterdamse gemeenteraad het voor elkaar gekregen dat de transformatieprocedure aanzienlijk versoepeld wordt. Besloten is nu dat:

  • het mogelijk moet worden om postzegelbestemmingsplannen en wabo-anticipaties (bedoeld wordt het projectuitvoeringsbesluit) in te zetten;
    alleen de minimaal wettelijk verplichte geluids- en milieueisen van toepassing zijn;
  • ombouw van kantoren niet als nieuwbouw maar als bestaande bouw wordt aangemerkt;
  • de erfpachtcanon wordt gereduceerd;
  • bij de vaststelling van een bestemmingsplan of uitgifte van grond per individueel geval bezien wordt welke inspanningseisen aan de beoogde grondafnemer worden gesteld;
  • ten aanzien van gebieden met veel leegstaande kantoorruimte de welstandseisen buiten werking worden gesteld.

Op de vraag of dit reële maatregelen zijn, kan worden geantwoord dat het merendeel weinig noemenswaardige problemen op zal leveren, maar dat twee punten een nadere beschouwing verdienen. Wat de ombouw betreft (punt 3) dient de gemeente rekening te houden met hetgeen is vastgelegd in het Bouwbesluit. Voor zover het Bouwbesluit geen knelpunten vertoont, is de aanmerking van ombouw als bestaande bouw mogelijk. Maar indien wordt afgeweken van het Bouwbesluit, dienen B&W over vrijstellingsmogelijkheden te beschikken. Is dat niet het geval, dan staat het B&W niet vrij om de betreffende ombouw aan te merken als bestaande bouw en wordt de aanvrager – alle goede voornemens ten spijt – geconfronteerd met de strengere wet- en regelgeving voor nieuwbouw.

Daarnaast dient bij het voornemen om bij het vaststellen van bestemmingsplannen en gronduitgifte individuele inspanningseisen te stellen aan de afnemer (punt 5) te worden bedacht dat dit, in geval van vaststelling van een postzegelbestemmingsplan of privaatrechtelijke gronduitgifte, wel mogelijk is, maar in ruimere zin nagenoeg ondenkbaar. Bij de vaststelling van een breder bestemmingsplan is het ondoenlijk om ombouw naar andere functies elders in het stadsdeel reeds vast te leggen. Dit punt verdient dan ook nadere concretisering.

In algemene zin is de motie een stap in de goede richting, maar de structurele oplossing voor de leegstandsproblematiek is niet gelegen in transformatie. In de toekomst dient deze ombouw ook een functie te vervullen, wil men niet met woningen, hotels of buurtcentra komen te zitten waar geen hond naar omkijkt. Het zou daarom wellicht beter zijn een (stedenbouwkundige) visie te ontwikkelen waarin niet transformatie centraal staat, maar het woonklimaat – met alle benodigde voorzieningen die daarbij horen. In die optiek is transformatie een middel, geen doel op zich.