Ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdens ziekte

Ondanks de arbeidsongeschiktheid van werkneemster ontbindt de kantonrechter na een gegeven ontslag op staande voet de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk.

Feiten
Werkneemster is sinds 1 oktober 2003 bij werkgever in dienst in de functie van verkoopmedewerkster. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Mode en Sportdetailhandel van toepassing. Er was sprake van een arbeidsovereenkomst op flexibele basis. Dit hield in dat werkgever haar binnen een bandbreedte van + en – 35 procent ten opzichte van de basisuren kon laten werken. Na een referteperiode van 12 maanden werd bepaald of de gewerkte uren van werkneemster overeenkwamen met voornoemde regeling. Bij een overschot aan minuren kon werkgever bepalen dat werkneemster meer moest werken. Bij werkneemster was sprake van een overschot aan minuren. Tussen werkgever en werkneemster is een geschil ontstaan over de wijze waarop het overschot aan minuren moet worden teruggebracht, waarbij tevens de eis van werkneemster om niet op dinsdag en zaterdag te hoeven werken en de omvang van de arbeidsovereenkomst aan de orde kwam.

Voornoemd geschil loopt als een rode draad door het tweede geschil, namelijk de ziekmelding van werkneemster en de overtreding van de verzuimvoorschriften. Werkneemster meldde zich 15 april 2009 ziek. Tijdens haar arbeidsongeschiktheid overtrad werkneemster veelvuldig de verzuimvoorschriften, hetgeen resulteerde in een loonsanctie. Werkneemster vroeg een deskundigenoordeel aan. Hieruit bleek dat werkneemster per 28 april 2009 arbeidsongeschikt was voor haar werk. Het UWV adviseerde om met elkaar in gesprek te gaan om de geschillen die tussen hen waren ontstaan op te lossen. Werkneemster weigerde dit en was lange tijd voor werkgever en de arbodienst onbereikbaar. Werkneemster reageerde niet op de ingesproken voicemail berichten noch op brieven die per gewone en aangetekende post aan haar werden gezonden. Na een laatste waarschuwing te hebben gegeven ontslaat werkgever werkneemster op 2 juli 2009 op staande voet. De redenen hiervoor zijn: het stelselmatige overtreden van de verzuimvoorschriften, haar weigerachtige houding om het min-urenprobleem op te lossen, het bij herhaling onbereikbaar zijn voor werkgever en de arbodienst en hieruit voortvloeiend het belemmeren van de re-integratie. Werkneemster accepteerde het ontslag op staande voet niet en stelt een loonvordering in. Voor het geval het dienstverband nog zou bestaan, verzoekt werkgever voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. Beide zaken worden gelijktijdig behandeld.

Standpunt werkgever
Werkgever stelt dat werkneemster niet bereid is om naar een oplossing te zoeken om het aantal minuren te reduceren. Werkgever heeft hierdoor haar enkele jaren teveel loon betaald.
Bovendien wordt het werkgever door de opstelling van werkneemster onmogelijk gemaakt om de tussen hen ontstane geschillen op te lossen. Na iedere discussie met werkgever meldt werkneemster zich ziek en reageert niet meer op brieven of ingesproken voicemail berichten van werkgeefster. Werkneemster schendt hiermee de verzuimvoorschriften en belemmert haar re-integratie. Achteraf blijkt dat zij onbereikbaar was omdat zij verhuisd was naar een andere stad. Werkneemster had werkgever hiervan niet op de hoogte gesteld. De consequenties hiervan dienen voor rekening van werkneemster te komen.

Standpunt werkneemster
Werkneemster stelt zich op het standpunt dat het gegeven ontslag op staande voet nietig is. Volgens werkneemster zijn haar minuren zo hoog opgelopen omdat werkgever weigerde haar in te roosteren. Werkgever heeft haar onder druk proberen te zetten om de minuren weg te werken en zij was weldegelijk arbeidsongeschikt. Werkneemster geeft voorts aan dat zij er niet van op de hoogte was dat werkgever haar probeerde te bereiken. De brieven die werkgever haar heeft gestuurd, heeft zij niet ontvangen.

Kantonrechter
In haar vonnis wijst de Kantonrechter de loonvordering af. Het voorwaardelijke ontbindingsverzoek wordt toegewezen. De arbeidsongeschiktheid van werkneemster staat in dit geval niet aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg. Aan werkneemster is onder meer toe te rekenen dat zij werkgever onvoldoende heeft ingelicht over haar verblijfplaats en haar standpunt over de kwestie omtrent de minuren en haar arbeidsongeschiktheid. Werkneemster wordt vooral verweten dat zij onbereikbaar was voor werkgever. Bovendien heeft werkneemster tijdens de zitting zelf aangegeven dat zij niet in haar oude functie kan terugkeren. De kantonrechter kent werkneemster bij de voorwaardelijke ontbinding een ontbindingsvergoeding (minder dan neutraal) toe mede omdat zij tot aan het ontstaan van de meningsverschillen nagenoeg probleemloos heeft gefunctioneerd.

Dit artikel is geschreven door onze sectie arbeidsrecht in Utrecht.