Is detentie een reden voor ontslag op staande voet?

In het arrest van de Hoge Raad van 17 december 2010 stond de vraag centraal of een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is wanneer een werknemer als gevolg van detentie niet op het werk verschijnt. Met andere woorden: is het aanvaardbaar om een regel aan te nemen dat een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling van een werknemer – behoudens bijzondere omstandigheden – altijd een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert? De Hoge Raad oordeelde van niet.

Feiten
Werknemer (geboren in 1953) is sinds 1971 bij werkgever in dienst en laatstelijk werkzaam op de afdeling Corporate Cliënts bij de kredietadministratie. Op 4 april 2006 is werknemer op verdenking van het plegen van ontucht met zijn minderjarige stiefzoon in voorlopige hechtenis genomen. Nadat werknemer zijn werkgever hiervan op de hoogte heeft gesteld, heeft werkgever de betaling van het salaris aan werknemer stopgezet. Op 30 augustus 2006 is werknemer veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk. Het door werknemer ingestelde hoger beroep tegen het strafrechtelijk vonnis wordt in januari 2007 door hem ingetrokken. Het vonnis is hierdoor onherroepelijk geworden. Naar aanleiding hiervan heeft werkgever werknemer bij brief van 1 februari 2007 op staande voet ontslagen.

Werknemer heeft de vernietigbaarheid van het gegeven ontslag op staande voet ingeroepen en zich bereid verklaard zijn werkzaamheden te hervatten zodra zijn detentie is geëindigd. De detentie is in augustus 2007 geëindigd. Werknemer vordert verklaring voor recht dat het gegeven ontslag op staande voet nietig is. Voorts vordert werknemer een veroordeling tot betaling van zijn loon met emolumenten vanaf het moment waarop de detentie is geëindigd en hij weer beschikbaar is voor het verrichten van zijn werkzaamheden.

Beoordeling geschil
De kantonrechter en het hof hebben de vorderingen van werknemer toegewezen. De Hoge Raad gaat mee in het oordeel van het hof. Het hof stelt vast dat bij de beoordeling van de vraag of een ontslag op staande voet rechtsgeldig is, in beginsel alle – in onderling verband en samenhang te beschouwen – omstandigheden van het geval in aanmerking genomen dienen te worden. Het enkele feit dat werknemer gedetineerd is, en hij daardoor zijn werk verzuimt, is op zichzelf niet voldoende voor een ontslag op staande voet, aldus het hof. Aan de hand van de bijkomende omstandigheden dient geoordeeld te worden of een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is.

In deze zaak achtte het hof – en de Hoge Raad met haar – het van belang dat het strafbare feit in geen enkel verband stond tot de werkzaamheden bij werkgever. Het delict heeft zich volledig in de privésfeer voltrokken en niet is gebleken dat de strafbare handelingen enige negatieve invloed op het functioneren van werknemer hebben gehad. Werknemer heeft altijd voortreffelijk gefunctioneerd. Tevens neemt het hof in haar beoordeling mee dat werkgever geen directe schade heeft geleden. Op basis hiervan en gezien de duur van het dienstverband en de leeftijd van werknemer is het hof tot het oordeel gekomen dat de onherroepelijkheid van de strafrechtelijke veroordeling van werknemer en zijn voortdurende detentie geen ontslag op staande voet rechtvaardigen. Aan de door werkgever naar voren gebrachte omstandigheden dat de terugkeer van werknemer onrust op de werkvloer met zich mee zou brengen, de ernst van het delict en dat het vertrouwen van werkgever in zijn werknemer is geschonden, kent het hof – en aldus de Hoge Raad – minder gewicht toe.

De Hoge Raad benadrukt dat er geen grond bestaat voor een algemene regel dat werkverzuim als gevolg van een onherroepelijk strafrechtelijke veroordeling – behoudens bijzondere omstandigheden – een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. Het soort delict en de duur van de detentie maakt daarbij niet uit.

Dit artikel is geschreven door onze Arbeidsrecht in Utrecht.