Wurgcontract voor deelnemers talentenshows

Talentenshows zijn hot. Televisieprogramma’s als ‘The Voice of Holland’ en Popstars weten zich verzekerd van zeer hoge kijkcijfers; de finales afgelopen week werden door miljoenen Nederlanders bekeken. Deze programma’s bieden de deelnemende artiesten dan ook een unieke springplank naar succes. Zo ben je nog volstrekt onbekend, zo kent heel Nederland je. Voor de finalisten en winnaars lijkt de weg naar een succesvolle carrière open te liggen, met dank aan de producenten en omroepen. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn.

Het gerucht ging al langer dat deelnemers aan talentenshows een wurgcontract dienen te tekenen. Het is niet verwonderlijk dat de inhoud van deze contracten angstvallig geheim wordt gehouden. Desondanks wist de media de hand te leggen op de deelnemerscontracten van The Voice of Holland, Popstars, X Factor en Holland’s Got Talent. Naar nu blijkt, worden de deelnemers contractueel aan zeer ongunstige voorwaarden gebonden. Zo moeten deelnemers vrijwel al hun rechten overdragen, krijgt de producent het recht om de gemaakte opnames – al dan niet bewerkt – eindeloos uit ze zenden en bepaalt de producent of, en zo ja, bij welke platenmaatschappij een single of album verschijnt. Voor de verliezers is het zo mogelijk nog erger. Die kunnen voor langere tijd in de wachtkamer worden gezet, terwijl zij voor de duur van het contract niet het recht hebben om met anderen in zee te gaan. Voeg daaraan toe een dwangsom voor duizenden euro’s in geval van contractbreuk, en ieder mogelijk verzet is vakkundig de kop ingedrukt.

Nu kennen wij in Nederland als uitgangspunt het beginsel van de contractsvrijheid: partijen mogen in principe alles met elkaar overeenkomen. Maar die contractsvrijheid kent grenzen. Bijvoorbeeld in de redelijkheid en billijkheid. Daarnaast geldt dat een overeenkomst kan worden vernietigd indien deze door dwaling, bedrog of door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Of sprake is van een dergelijke situatie hangt af van de bijzondere omstandigheden van het geval. Opmerkelijk is in dat verband wel dat de deelnemers van The Voice of Holland kennelijk is voorgehouden dat de deelnemerscontracten waren goedgekeurd door een onafhankelijke jurist en bestuurslid van onder andere SENA, BUMA en BV Pop, hetgeen achteraf echter onjuist blijkt te zijn.

Er is op zich niets mis mee dat producenten en omroepen hun rechten veilig willen stellen. De deelnemers wordt immers een uniek podium gegeven en er wordt flink geïnvesteerd in hun carrière. Het is zakelijk om daarvan de vruchten te willen plukken. Daar tegenover staat dat niet uit het oog mag worden verloren dat bij deelnemers aan talentenshows in de regel sprake zal zijn van een zekere mate van afhankelijkheid en onervarenheid. Producenten en omroepen maken misbruik van hun machtspositie als zij erop rekenen dat deelnemers om die reden een contract zullen tekenen waarvan zij de consequenties niet overzien en hen ernstig belemmert in hun verdere carrière. Een beroep op dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden moet dan ook niet bij voorbaat kansloos worden geacht, mocht het tot een juridisch geschil komen. De kijker zal dit alles waarschijnlijk om het even zijn, zolang men zich maar verzekerd ziet van kijkplezier.