Mediatraining voor rechters?

Rechters staan normaliter niet in de schijnwerpers. Toch wordt tegenwoordig van rechters verwacht dat zij in zaken met grote media-aandacht goed kunnen omgaan met de almaar aanwezige media. Dat dit niet eenvoudig is, leert ons de gang van zaken rond de spraakmakende strafzaak tegen Geert Wilders. Voor de betrokken rechters was de rechtstreekse verslaglegging van het proces een grote druk, naar achteraf blijkt. De enorme media-aandacht werd de rechters uiteindelijk te veel. De wrakingskamer oordeelde dat sprake was van de schijn van een zekere mate van vooringenomenheid en haalde de rechters van de zaak. Zoals bekend, moet de strafzaak nu volledig over.

In opdracht van het gerechtsbestuur van de rechtbank Amsterdam heeft een evaluatie plaats gevonden van de organisatorische aanpak van de strafzaak tegen Wilders. De commissie die deze opdracht heeft uitgevoerd, maakte deze week haar bevindingen openbaar. Het document geeft een interessante kijk achter de schermen van de gewoonlijk gesloten rechterlijke organisatie. Het is opmerkelijk dat de rechtbank de media-aandacht voor de zaak Wilders ernstig heeft onderschat. Ondanks het feit dat in het rapport wordt geconstateerd dat de samenstelling van de strafkamer tijdig en zorgvuldig tot stand is gekomen, bleken de rechters onvoldoende bestand tegen de (media)druk.

Verder is opmerkelijk dat de rechtbank naar verluidt onvoldoende was voorbereid op mogelijke wrakingsverzoeken. Uit het rapport blijkt de organisatie grotendeels een ad hoc kwestie, waarbij toevallig beschikbare rechters voor de wrakingskamer werden ingedeeld. De commissie adviseert dan ook dat de grote wrakingskamer, het wrakingsinstituut in de rechtbank, bij een proces met grote publieke belangstelling en media-aandacht tijdens de zittingsdagen moet zorgen voor beschikbare wrakingskamers en voor een zorgvuldige samenstelling. Ik vraag mij overigens af of dit in gewone zaken anders zou moeten zijn, maar dit ter zijde.

Tot zover zijn de aanbevelingen van de commissie eerder een open deur dan verrassend te noemen. Mijn oog viel echter op het deel van het rapport dat gaat over de voorbereiding en de begeleiding van de leden van de strafkamer. Uit het rapport blijkt dat de leden van de strafkamer voorafgaand aan de behandeling van de strafzaak een presentatietraining hebben gevolgd. Dit gaat de commissie kennelijk niet ver genoeg, want volgens de commissie had de strafkamer beter voorbereid moeten worden op de mogelijkheid dat haar optreden door derden kon worden geduid als politieke vooringenomenheid. De president van de rechtbank Amsterdam heeft inmiddels laten weten dat de nieuwe rechters een intensieve mediatraining zullen volgen.

Op het eerste gezicht lijkt een mediatraining voor rechters niet gek. Als je daar echter langer over nadenkt dan kun je hierbij de nodige vraagtekens zetten. Rechters moeten onpartijdig en niet vooringenomen zijn. Als een rechter de schijn tegen heeft dan staat een wrakingsprocedure ter beschikking. Dit proces is zelfreinigend. Het is dan ook merkwaardig dat de rechter een intensieve mediatraining nodig zou hebben om bij het publiek onpartijdig en niet vooringenomen over te komen. Het moet immers om de inhoud gaan en niet om de presentatie. In het incidentele geval dat sprake is van vooringenomenheid, dient dit niet te worden gecamoufleerd door een cursus acteerwerk. Een rechter is ook geen politicus en een rechtszaak geen televisieshow, ook al lijken de media ons inmiddels anders te willen doen geloven.