Stilzwijgende verlenging van abonnementen, lidmaatschappen en overige overeenkomsten niet meer mogelijk?

Consumenten ervaren het ongewenst stilzwijgend verlengen van lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten door ondernemingen als een grote bron van ergernis. De regering wil hieraan door middel van een nieuw wetsvoorstel een einde trachten te maken. Het wetsvoorstel heeft tot doel de huidige regels voor stilzwijgende verlenging van een abonnement of lidmaatschap en overeenkomsten te veranderen. Inmiddels is het wetsvoorstel goedgekeurd door de Tweede Kamer en wordt het nu behandeld door de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel is overigens niet van toepassing op telefoon- en internetabonnementen en verzekeringen. Hiervoor gelden aparte regelingen waarop in dit artikel niet verder zal worden ingegaan.

Aanpassing van de regels in de wet voor de algemene voorwaarden

Er is voor gekozen om de regels te wijzigen door middel van een aanpassing in de regels voor de algemene voorwaarden (de zogenaamde zwarte en grijze lijsten). De zwarte lijst (artikel 6:236 BW) geeft een lijst bedingen (lees: bepalingen) die in algemene voorwaarden kunnen voorkomen en die als onredelijk bezwarend worden beschouwd voor consumenten. Bedingen van de zwarte lijst kunnen, indien deze worden opgenomen in de algemene voorwaarden van uw onderneming, door de consument of rechter worden vernietigd. De bedingen in de zogenaamde grijze lijsten (artikel 6:237 BW) worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn voor consumenten en kunnen slechts onder bepaalde omstandigheden worden gehanteerd in de algemene voorwaarden.

Indien het huidige wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen door de Eerste Kamer dan zullen regels voor wat betreft het stilzwijgend verlengen worden gewijzigd. Hieronder wordt slechts een overzicht gegeven van de regels die – indien daarvan wordt afgeweken in de algemene voorwaarden – als onredelijk bezwarend (zwarte lijst) worden beschouwd, met als gevolg dat de consument of de rechter een dergelijk bepaling in de algemene voorwaarden op grond van de wet kan vernietigen:

1.Consumenten mogen een overeenkomst tot het afleveren van zaken (waaronder ook gas, water en elektriciteit) of het geregeld doen van verrichtingen (zoals abonnementen en lidmaatschappen op bijvoorbeeld sportscholen, autopechhulpdienst en alarminstallatiedienst et cetera) na stilzwijgende verlenging opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand na ommekomst van de eerste contractperiode. Het maakt hier overigens niet uit of de overeenkomst na de eerste contractperiode stilzwijgend wordt voortgezet voor een bepaalde tijd of onbepaalde tijd.

2.Voor wat betreft abonnementen (overeenkomsten tot het geregeld afleveren van) op dag-, weekbladen en tijdschriften geldt een afwijkende regeling vanwege de kwetsbare positie van deze bedrijfstak. Hierbij geldt dat een stilzwijgende verlenging na de eerste contractperiode van drie maanden is toegestaan, met een opzegtermijn van één maand. Daarnaast geldt dat een consument altijd het recht heeft om het abonnement op te zeggen met inachtneming van één maand indien het abonnement wordt voortgezet voor onbepaalde tijd. Dit is anders indien aflevering van bijvoorbeeld een tijdschrift minder dan één keer per maand plaatsvindt; dan geldt een opzegtermijn van maximaal drie maanden. Verder is het bij proefabonnementen voor dag- weekbladen en tijdschriften niet meer toegestaan om deze stilzwijgend voort te zetten.

3.Ten slotte mag u niet van uw klanten eisen dat er op een andere manier opgezegd moet worden dan de wijze waarop de overeenkomst tot stand gekomen is. Dat betekent dus als de overeenkomst elektronisch wordt gesloten, deze ook elektronisch mag worden opgezegd, met als gevolg dat niet mag worden geëist dat de opzegging bijvoorbeeld per fax of brief dient te geschieden. Voorts mag u ook niet meer bepalen op welk moment de opzegging door de consument dient te geschieden.

Stand van zaken

Het is nog niet duidelijk op welke datum de wet inwerking zal treden. Hoewel de Tweede Kamer het wetsvoorstel inmiddels heeft goedgekeurd, is het wetsvoorstel op dit moment in behandeling bij de Eerste Kamer. De inwerkingtreding is mede afhankelijk van het moment waarop het in het Staatsblad wordt gepubliceerd. Die publicatie in het Staatsblad kan pas plaatsvinden na goedkeuring van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer. In het initiatiefwetsvoorstel is opgenomen dat de wet 13 maanden na publicatie in het Staatsblad in werking zal treden.

Slotsom

De wet zal consequenties hebben voor alle bedingen inzake stilzwijgende verlenging, opzegtermijnen en de wijze van opzegging in overeenkomsten met consumenten en daarbij behorende algemene voorwaarden. Deze zullen te zijner tijd moeten worden aangepast aan de nieuwe wet. In de volgende nieuwsbrieven wordt u op de hoogte gehouden van de datum van inwerkingtreding van de wet en voor welke datum overeenkomsten aan de wet moeten zijn aangepast.