De kabinetsformatie en het media- en auteursrecht

De meeste politieke partijen hadden in hun verkiezingsprogramma’s de nodige aandacht voor diverse media- en auteursrechtelijke aspecten. Op 9 juni heeft de kiezer gesproken. Is het formeren van een kabinet op grond van thema’s als economie, veiligheid en immigratie al een breinbreker. Het wordt niet makkelijker als wordt gekeken naar de standpunten met betrekking tot deze aspecten. Een rondje langs de diverse verkiezingsprogramma’s levert het volgende beeld op.

Zo is GroenLinks zeer uitgesproken over de vrijheid op het internet en over het auteursrecht. GroenLinks wil de beschermingstermijn namelijk verkorten van 70 jaar tot maximaal 10 jaar. Daar zitten overigens nogal wat praktische bezwaren aan vast, niet in de laatste plaats vanwege de vele internationale verdragen waar Nederland aan is gebonden. Ook wil GroenLinks uitdrukkelijk géén downloadverbod van films en muziek. Verder moeten er digitale grondrechten komen. Wat het laatste inhoudt blijft onduidelijk. GroenLinks wil voorts het aantal publieke netten terugbrengen tot twee.

D66 is genuanceerd en daarmee ook heel wat minder uitgesproken. De auteursrechtelijke belangen van gebruikers en de belangen van de makers van audio, video, tekst en beeld moeten met elkaar in evenwicht zijn, aldus D66. De partij is voor een sterke onafhankelijke publieke omroep, maar zegt niets over het aantal publieke netten. Blijkbaar mogen er drie blijven bestaan. Hoofddoel is dat de programma’s die door de publieke omroep worden gemaakt hun weg zo goed mogelijk naar de kijkers vinden. Wel moeten de omroepen de publieke middelen voortaan efficiënter inzetten.

De grote(re) partijen hebben hun kruit vooralsnog droog gehouden. Opmerkelijk is dat de PvdA blijkbaar voorstander is van een soort ‘recht op internettoegang’; iedereen heeft alsdan het recht op een goede internetverbinding. Zouden KPN en UPC dat grondrecht schenden als het net er weer eens uitligt? Over het aantal publieke netten reppen PvdA en CDA niet. Het CDA wil echter wel dat de kleine omroepstichtingen fuseren. De VVD vindt dat de publieke omroep met één net minder kan opereren en aanzienlijk moet besparen op overhead. VVD, CDA en PvdA zijn allen van mening dat aan het huidige auteursrecht niets hoeft te worden gewijzigd.

De PVV lijkt in de formatie buiten spel te staan. Maar als het aan de PVV lag wordt de botte bijl gezet in het publieke omroepbestel, dat in de ogen van de PVV uit louter linkse omroepen bestaat. De PVV wil dan ook flink korten op het budget. Twee publieke netten zouden moeten worden afgeschaft en het geld dat daarmee vrijkomt zou moeten worden besteed aan de zorg. Het amusement moet verder worden overgelaten aan de commerciële omroepen. Ook de Wereldomroep is in de ogen van de PVV overbodig door de komst van satellieten en internet.

Wat de kabinetsformatie uiteindelijk ook zal opleveren, de kans is groot dat flink zal worden gesneden in het omroepbudget. De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) zag de bui al hangen en startte onder de noemer ‘de publieke omroep vertelt uw verhaal’ vorige maand een charmeoffensief. Deze campagne moet het kijkerspubliek duidelijk maken waar de zenders eigenlijk voor staan. Ondanks deze poging lijkt het voortbestaan van de publieke omroep in de huidige vorm echter alleen nog een kwestie van tijd.