“Vuilnisbakken” journalistiek

Hoge bomen vangen veel wind, luidt het aloude gezegde. Daarmee wordt vergoelijkt dat personen in hoge posities aanzienlijk meer moeten incasseren. Zo moet je bijvoorbeeld als politicus meer inbreuken op je privé-leven dulden dan gewone stervelingen zoals u en ik. Dat is de keerzijde van het zijn van een publiek figuur. Dat betekent natuurlijk niet dat er ten aanzien van deze groep geen grenzen zouden zijn. De laatste tijd staan de ethische grenzen in de journalistiek echter opvallend vaak ter discussie.

Zo plaatste het roddelblad Binnenhof (een samenwerking tussen Weekend en HP/De Tijd) vorige maand foto’s van de huizen van de lijsttrekkers van alle politieke partijen. Hoe vervelend voor de betrokkenen ook, daarmee zou de kous op zich snel af zijn geweest. Maar Binnenhof ging aanzienlijk verder. Het Binnenhof had namelijk ook beslag weten te leggen op de vuilniszakken van D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold en Minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet. Het blad snuffelde door de vuilniszakken van deze bewindslieden, op zich al een onprettige gedachte, en publiceerde onder meer een (negatieve) zwangerschapstest uit huize Pechtold en een brief van Andre Rouvoet waaruit blijkt dat zijn dochter spijbelt.

Nu vraag ik mij in de eerste plaats af wie in dit soort banale berichten is geïnteresseerd? Maar ik geef toe, dat is nogal naïef want kennelijk is een grote groep lezers wel degelijk geïnteresseerd in dit soort berichten. Zelfs, of misschien wel juist, als daarmee de grens van het betamelijke wordt overschreden. Want geconcludeerd kan worden dat hier sprake is van schaamteloze privacyinbreuk, terwijl overduidelijk van geen nieuwsfeit sprake was. Ook in de politiek is men niet blij met deze ontwikkeling. Zo vindt Eerste Kamerlid Gerard Schouw van D66 het wroeten in vuilniszakken onacceptabel. “Vandaag is het die van Pechtold, morgen die van u. Moeten wij dat willen?”

In plaats van naar de rechter te stappen vinden velen dat de beroepsgroep zelf de grenzen van het betamelijke moet bepalen. Ook lijdend voorwerp Pechthold liet in een open brief in de Volkskrant weten “ik wil een land waarin niet de overheid of de rechterlijke macht de grenzen van de journalistieke vrijheid bepaalt, maar de journalistiek zelf.” Dat is nobel, maar werkt in de praktijk onvoldoende.

Er is echter een bijkomend probleem. Zo lang juridische procedures tegen dit soort artikelen leiden tot een schadevergoeding van slechts een paar duizend euro, terwijl er veel geld mee valt te verdienen, is er onvoldoende drang om deze praktijken achterwege te laten. Nu een deel van de beroepsgroep niet in staat blijkt om zelf grenzen te stellen aan wat betamelijk is en wat niet, is het wel degelijk aan de rechter om de grenzen aan de journalistieke vrijheid te bepalen. Maar dan moet de rechter ook bereid zijn om in dit soort gevallen een aanzienlijke schadevergoeding op te leggen. Zo lang dat niet het geval is, zou ik alle politici adviseren: houd uw vuilnisbak goed in te gaten