Bestuurder aansprakelijk wegens niet nakomen van betalingstoezeggingen

Een recente uitspraak van de Hoge Raad illustreert dat het doen van betalingstoezeggingen als bestuurder van een vennootschap vergaande gevolgen kan hebben. Een bestuurder die namens een besloten vennootschap een betalingstoezegging had gedaan aan een bank, werd persoonlijk aansprakelijk gehouden voor de schade die de bank leed, doordat de vennootschap het aan de bank toegezegde geldbedrag aan andere schuldeisers betaalde waarna er voor de bank niks overbleef.

In de jurisprudentie was al uitgemaakt dat een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan zijn door te bewerkstelligen of toe te laten dat de vennootschap een overeenkomst niet nakomt. Het is daarbij afhankelijk van de omstandigheden van het geval of de verwijten aan het adres van de bestuurder ook voldoende ernstig zijn om hem persoonlijk aansprakelijk te houden.

In de recente uitspraak van de Hoge Raad van 29 maart 2010 ging het om een besloten vennootschap die een samenwerkingsovereenkomst was aangegaan met het Wereld Natuurfonds (WNF). Ter financiering van een wervingsactie had de bank een krediet verstrekt aan de vennootschap. Omdat het krediet niet tijdig afgelost kon worden had de bestuurder toegezegd dat een geldbedrag dat de vennootschap nog tegoed had van het WNF, zou worden aangewend ter aflossing van het krediet. De bestuurder had de brieven aan de bank waarin de toezeggingen werden gedaan ondertekend en had voorts ook een telefonische verklaring daarover afgelegd aan de bank. Op verzoek van de bestuurder maakte het WNF het geldbedrag over naar de derdenrekening van de advocaat van de vennootschap. Vervolgens werden hiermee andere schuldeisers van de vennootschap voldaan, terwijl de bank niets ontving.

De rechter oordeelde dat door de betalingstoezegging een verplichting was ontstaan om het te ontvangen geldbedrag aan te wenden voor de aflossing van het krediet. Door het geld uiteindelijk anders te besteden, heeft de vennootschap in strijd gehandeld met haar toezegging aan de bank.

Dat de bank schade heeft geleden doordat de vennootschap haar betalingstoezegging niet nakwam, is het gevolg van de handelswijze van de bestuurder. Immers, zo licht de Hoge Raad zijn oordeel toe, de bestuurder was als geen ander op de hoogte van de specifieke aflossingsafspraak met de bank en desondanks heeft hij derden betaald met het geld dat bestemd was voor de bank. Bovendien wist de bestuurder dat de vennootschap zelf geen verhaal meer zou bieden voor de bank. De Hoge Raad concludeert dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die de bank door toedoen van de bestuurder heeft geleden.

De relevantie van dit arrest moet niet worden onderschat. Het komt regelmatig voor dat bestuurders van vennootschappen betalingstoezeggingen doen aan schuldeisers, vaak om zo het hoofd boven water te kunnen houden. Zodra een bestuurder echter bewerkstelligt of toelaat dat de toegezegde betalingen uitblijven doordat de gelden voor andere doeleinden worden gebruikt, kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor de schade die de schuldeiser daardoor leidt, indien de vennootschap zelf geen verhaal meer biedt.