Noot bij Rechtbank Utrecht 12 mei 2010 (ROOS/Eredivisie C.V.) (kopie 1)

Noot bij Rb. Utrecht 12 mei 2010 (ROOS/Eredivisie C.V.) – LJN: BM4200.

Het overnemen van flitsen van voetbalwedstrijden in nieuwsuitzendingen valt niet onder de nieuwsexceptie (art. 15 Aw), de citeerexceptie (art. 15a Aw) of de reportage-exceptie (art. 16a Aw), noch onder de daaraan gerelateerde beperkingen van de naburige rechten (artt. 10 sub a, b en d WNR).

De wetgever leek het juist waterdicht te hebben gemaakt – of liever: de gaten consequent te hebben doorgeprikt. Voorheen was, zo werd aangenomen, op grond van auteurs- en nabuurrechtelijke beperkingen reeds mogelijk om fragmenten van reportages van sportevenementen te gebruiken in nieuwsprogramma’s. Maar om zo’n fragment in een programma te kunnen vertonen, moet men er uiteraard wel eerst feitelijk over kunnen beschikken. Juist om dat mogelijk te maken werd in 2008 in artikel 5.4 lid 1 van de Mediawet de zogenoemde ‘flitsenregeling’ opgenomen. Op basis van deze regeling dienen omroepen die exclusieve rechten hebben ten aanzien van ‘[sport-]evenementen van groot belang’, op verzoek van andere omroepen fragmenten van opnamen van die evenementen af te geven. Deze voorzieningenrechter stopt de gaten echter weer dicht. Hij oordeelt dat de Mediawet dan misschien tot levering van fragmenten noopt, maar dat de Auteurswet en de WNR weer aan gebruik van de flitsen in de weg staan. Mijns inziens ten onrechte.[1]

Nieuwsexceptie

In 2004 werd aan artikel 15 Aw toegevoegd dat niet alleen werken die ‘in een dag-, nieuws- of weekblad, tijdschrift, radio- of televisieprogramma’ zijn verschenen, maar ook werken die in ‘een ander medium dat dezelfde functie vervult’ zijn openbaar gemaakt, ten behoeve van de nieuwsvoorziening mogen worden overgenomen. Dit geschiedde uitdrukkelijk om zeker te stellen dat óók werken die op internet zijn verschenen, onder de bepaling vallen.[2] De Auteurswet moest immers technologieneutraal en ‘internetproof’ worden. Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Amsterdam dan ook – terecht – dat de website Geen Stijl zich, wegens dezelfde toevoeging in een ander lid van de bepaling, op artikel 15 Aw kan beroepen.[3]

De rechter in de bovenafgedrukte uitspraak begrijpt de toevoeging uit 2004 echter volstrekt verkeerd. Gedaagde is Eredivisie Media & Marketing die op internet voetbalwedstrijden integraal en live uitzendt. Eisers zijn de gezamenlijke regionale omroepen die in hun nieuwsprogramma’s flitsen van eredivisiewedstrijden willen vertonen. De rechter oordeelt dat artikel 15 Aw niet van toepassing is, omdat niet wordt overgenomen in een medium dat eenzelfde functie vervult als het medium waaruit wordt overgenomen; Eredivisie Media & Markering wil immers entertainen met de voetbalwedstrijden op internet, terwijl de omroepen beogen nieuws te verzorgen en derhalve een andere functie hebben.

Het moet worden toegegeven dat de redactie van artikel 15 Aw aan helderheid te wensen overlaat. Maar de eis die deze rechter erin meent te ontwaren, komt er niet in voor. Wel is het zo dat de bron waaruit wordt overgenomen een ‘dag-, nieuws- of weekblad, tijdschrift, radio- of televisieprogramma’ of daarmee vergelijkbaar medium – dat wil zeggen een ‘persmedium’ – moet zijn. Daarvan is echter blijkens de toelichting bij de wet al snel sprake: van belang is dat de inhoud van het medium met enige regelmaat wordt ververst.[4] Het argument dat de website van Eredivisie Media & Markering geen persmedium zou zijn, omdat ze slechts wil entertainen, en dat artikel 15 Aw daarom niet van toepassing zou zijn, lijkt mij niet houdbaar.

Citaatrecht

Ook het beroep op het citaatrecht van artikel 15a Aw wordt mijns inziens te gemakkelijk terzijde geschoven. In de lagere rechtspraak is regelmatig geoordeeld dat een citaat een aankondiging van, polemiek over, of wetenschappelijke verhandeling met betrekking tot het geciteerde werk dient te betreffen om rechtmatig te zijn.[5] Deze voorwaarde, die als zodanig niet in de wet voorkomt, moet echter niet worden verabsoluteerd, zoals deze voorzieningenrechter dat wel doet. Hij oordeelt dat de citeerexceptie in casu niet geldt, omdat niet het overgenomen werk – de wedstrijdreportage – wordt besproken, maar het nieuwsfeit dat daarin is vastgelegd.

In het kader van de vraag of een citaat naar de regels van het maatschappelijk verkeer is geoorloofd en door het doel gerechtvaardigd, kan een rol spelen dat een werk niet wordt geciteerd om dat werk te bespreken, maar louter ter versiering.[6] Van een relevant fragment van een voetbalwedstrijd bij een bespreking van die wedstrijd, kan echter niet worden gezegd dat het fragment slechts als opsmuk dient voor het nieuwsprogramma. Het kan goed worden betoogd dat dergelijk gebruik ‘naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd’ en door het doel gerechtvaardigd is in de zin van artikel 15a lid 1 onder 2 Aw, ook al betreft de bespreking in een nieuwsuitzending niet het werk – de wedstrijdreportage zelf – maar de daarin vastgelegde wedstrijd.[7]

Reportage-exceptie

Wie artikel 16a Aw leest, kan eigenlijk niet anders dan concluderen dat overname van een fragment van een voetbalwedstrijd in een reportage over die wedstrijd, onder de tekst van de bepaling valt. Op grond van deze bepaling zou gebruik in de nieuwsuitzendingen derhalve eveneens zijn toegestaan. Toch valt de rechter nog wel te volgen waar hij oordeelt dat de reportage-exceptie van artikel 16a Aw niet van toepassing is. Ook dit wetsartikel had duidelijker gekund. Oorspronkelijk is de bepaling bedoeld om ‘de vrijheid te laten om werken weer te geven die een onderdeel of achtergrond van een actuele gebeurtenis vormen’.[8] In de hier besproken zaak gaat het strikt genomen niet om gebruik van werken die onderdeel of achtergrond vormen van een gebeurtenis, maar om gebruik van werken waarin die gebeurtenis is vastgelegd (de reportage), zo lijkt de rechter te redeneren. Daarom is de bepaling hier niet van toepassing.

Inmiddels kan men zich afvragen of de wetssystematiek geen ruimere uitleg van artikel 16a Aw tot gevolg kan hebben. Gebruik van werken die ‘toevallig’ de achtergrond vormen van een foto of filmshot, is sinds 2004 immers al uitgezonderd onder de beperking voor de ‘incidentele verwerking’ van artikel 18a Aw. In de bovenbeschreven interpretatie zou aan artikel 16a Aw derhalve nauwelijks nog zelfstandige betekenis toekomen. Dat kan een argument opleveren om de bepaling ruimer op te vatten. Nu artikel 16a Aw – net als overigens artikel 15 Aw – Europeesrechtelijk geacht kan worden te zijn gebaseerd op artikel 5 lid 1 sub c van de Auteursrechtrichtlijn, en de Europese bepaling ruimte lijkt te laten voor de opvatting dat het gebruik dat de regionale omroepen wensen te maken, mogelijk moet zijn, valt te betogen dat het betreffende gebruik kan worden uitgezonderd.

Voorbehoud

De genoemde Europese regeling maakt overigens wel duidelijk dat de Eredivisie Media & Marketing het door artikel 15 Aw – en eventueel 16a Aw – ontstane lek gemakkelijk moet kunnen dichten, door eenvoudigweg een auteursrechtvoorbehoud te maken. Het is echter onduidelijk of dit naar huidig Nederlands recht inderdaad mogelijk is. Ten aanzien van ‘nieuws- en gemengde berichten’ kan op grond van artikel 15 lid 2 Aw géén voorbehoud worden gemaakt. Onder dergelijke berichten moeten volgens Spoor, Verkade en Visser berichten van feitelijke aard worden begrepen over gebeurtenissen die onlangs hebben plaatsgevonden.[9] Dat kán korte fragmenten van recente doelpunten betreffen.

In verband met de citeerexceptie kan een voorbehoud in ieder geval géén remedie zijn tegen ongewenst gebruik. Indien derhalve artikel 15a Aw van toepassing is, kan een auteursrechtvoorbehoud Eredivisie Media & Marketing sowieso niet baten. Dat is overigens in overeenstemming met artikel 5 lid 2 sub d van de Auteursrechtrichtlijn waarop het citaatrecht is gebaseerd.

Auteurs- of naburige rechten op flits?

Tot slot zouden de regionale omroepen kunnen stellen dat er géén auteursrecht rust op korte flitsen van wedstrijden. Zoals een enkele zin uit een boek niet automatisch een beschermd werk is,[10] zo zal dat eveneens het geval zijn met een fragment van enkele seconden uit een reportage van een wedstrijd.

Als er geen auteursrecht rust op de flitsen, kunnen zij eventueel nog nabuurrechtelijk beschermd zijn op grond van artikel 8 WNR. Wordt bij gebruik van enkele seconden uit een webuitzending een ‘programma’ in de zin van de WNR gebruikt? Weliswaar blijkt uit de definitie van artikel 1 onder i WNR dat een omroep niet slechts rechten kan doen gelden ten aanzien van een uitgezonden programma, maar ook ten aanzien van een uitgezonden ‘programma-onderdeel’. Met deze definitie heeft de wetgever echter willen aansluiten bij de Mediawet en in de Mediawet werd tot 2008 met ‘programma-onderdeel’ gedoeld op wat in het normale spraakgebruik een TV-programma is; op het gehele TV-programma derhalve en niet slechts een onderdeel of fragment daarvan. Met de update van de Mediawet in 2008 is de omschrijving van ‘uitzenden’ van artikel 1 onder g WNR aangepast. De wetgever heeft echter verzuimd om ook de definitie van ‘programma’ van artikel 1 onder i WNR te actualiseren. Kortom, het is géén uitgemaakte zaak dat Eredivisie Media & Marketing auteurs- en/of naburige rechten kan laten gelden op de flitsen.

Al met al is het geen uitspraak die de schoonheidsprijs verdient. Voorts zijn niet alle relevante kwesties aan bod gekomen. Naar verluidt is er geen hoger beroep ingesteld, maar krijgen partijen – en de rechtspraak – een tweede kans in een bodemprocedure.

——————————————————————————–

[1] Anders: Kreijger en Hoogcarspel in hun noot bij deze uitspraak in Mediaforum 2010, p. 246-250.

[2] Kamerstukken II 2001-2002, 28 482, nr. 3, p. 39.

[3] Vrz. Rb. Amsterdam 12 mei 2010 (Nijmeegse Stadskrant/Geen Stijl), B9 8843, kort afgedrukt in rechtspraak in het kort elders in deze aflevering.

[4] Zie ook Spoor/Verkade/Visser, Auteursrecht, Kluwer 2005, p. 229-230.

[5] IEC, Au II-Art. 15a-7.

[6] Bijvoorbeeld Rb. Amsterdam 19 januari 1994, AMI 1994, p. 50 (Boogschutter).

[7] In gelijke zin Visser in T&C Intellectuele Eigendom 2009, aant. 3 bij art. 15a Aw.

[8] MvA 1972, aangehaald uit L. De Vries, Parlementaire geschiedenis Auteurswet, Kluwer, losbladig.

[9]Spoor/Verkade/Visser, a.w., p. 232.

[10] HvJEG 16 juli 2009, AMI2009, p. 198 (Infopaq).