Geen vergoeding bij ontbinding zorgovereenkomst

Hoewel een zorgovereenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst betreft het een arbeidsrelatie met een bijzonder karakter. Het betreft een arbeidsrelatie met een gering toekomstperspectief en een aanzienlijk risico van beëindiging van de relatie op een niet door de werknemer gekozen moment.

De continuïteit van de arbeidsrelatie valt of staat immers met de behoefte van de werkgever aan zorg. Bovendien drijft de werkgever geen onderneming maar heeft hij de werknemer slechts geworven voor zijn gesubsidieerde persoonlijke verzorging die gefinancierd wordt uit de publieke middelen.

Om die reden ziet de Kantonrechter in de omstandigheden van het geval aanleiding om geen vergoeding toe te kennen.

De feiten
Werknemer heeft met werkgever een zorgovereenkomst gesloten met ingang van 1 september 2007. Partijen zijn overeengekomen dat werknemer zes dagen in de week (van maandag tot en met zaterdag) van 09.00 uur tot 12.00 uur werkzaamheden voor werkgever zal verrichten. Deze werkzaamheden bestonden uit: hulp bij het huishouden, persoonlijke verzorging en ondersteunende / activerende begeleiding. Het overeengekomen salaris bedroeg € 20,–per uur / € 1.500,– bruto per maand.

Aan werkgever is op grond van de AWBZ een persoonsgebonden budget toegekend waaruit de werknemer werd betaald. Op 21 februari 2008 heeft de werknemer zich ziek gemeld. De werkgever heeft de werknemer het loon doorbetaald tot en met 31 augustus 2008. Vervolgens heeft de werkgever de Sociale Verzekeringsbank telefonisch doorgegeven dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 september 2008 is geëindigd.

Zowel in kort geding als in een bodemprocedure heeft de werknemer de werkgever gedagvaard en doorbetaling van het loon gevorderd van 1 september 2008 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal komen. In de onderhavige kwestie heeft de werkgever voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verandering in de omstandigheden verzocht, namelijk voor het geval de tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomst nietig zou zijn, althans de arbeidsovereenkomst niet op 1 september 2008 tot een einde zou zijn gekomen.

De uitspraak
De Kantonrechter stelt vast dat hij, door hetgeen partijen in aanvulling op het verzoekschrift en het verweerschrift hebben medegedeeld, tot de overtuiging is gekomen dat de verhoudingen onherstelbaar zijn verstoord en bovendien ieder perspectief op werkhervatting door werknemer gezien de aard van zijn arbeidsongeschiktheid ontbreekt. Het verzoek wordt derhalve toegewezen.

Ten aanzien van de vergoeding oordeelt de Kantonrechter dat hij in de omstandigheden van het geval aanleiding ziet om geen vergoeding toe te kennen. De Kantonrechter overweegt hiertoe dat het om een arbeidsrelatie met een bijzonder karakter gaat.

Volgens de Kantonrechter betreft een zorgovereenkomst een arbeidsrelatie met een gering toekomstperspectief en een aanzienlijk risico op een beëindiging van de relatie op een niet door de werknemer gekozen moment. De continuïteit van de arbeidsrelatie valt of staat immers met de behoefte van de werkgever/budgethouder aan (deze vorm van) zorg. Voorts stelt de arbeidsrelatie bovengemiddeld hoge eisen aan de kwaliteit van de onderlinge verhouding.

Volgens de Kantonrechter heeft de werknemer er dan ook altijd rekening mee moeten houden dat de arbeidsovereenkomst op enig moment zou kunnen eindigen. Daarbij is voor de Kantonrechter relevant dat de werknemer gezien zijn leeftijd (69 jaar) geen juridisch relevant financieel nadeel ondervindt door het verliezen van de werkkring.

Daarnaast kent de Kantonrechter gewicht toe aan de omstandigheid dat de werkgever geen onderneming drijft maar de werknemer heeft geworven voor zijn gesubsidieerde persoonlijke verzorging die gefinancierd wordt uit de publieke middelen. Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek wordt daarop toegewezen zonder toekenning van een vergoeding aan de werknemer.

Deze beschikking van de Rechtbank Haarlem, sector kanton, locatie Zaandam van 9 oktober 2009 is gepubliceerd als LJN BJ9919.