Introductie van de zaak Srebrenica

Begin jaren ’90 brak er oorlog uit in het voormalig Joegoslavië. De humanitaire situatie in Oost-Bosnië, in het bijzonder het gebied rond de stad Srebrenica, was ronduit rampzalig.

“Ik zal u nooit verlaten”

In maart 1993 deed de Force Commander generaal Morillon van UNPROFOR aan de bevolking van de stad Srebrenica de volgende toezegging: “Vous êtes maintenant sous la protection de l’Onu… Je ne vous abandonnerai jamais.” (vertaling: ‘U staat nu onder de bescherming van de VN …Ik zal u nooit verlaten.’).

Ter uitvoering van deze toezegging om het gebied rond de enclave Srebrenica en de bevolking aldaar te beschermen, werden door de Verenigde Naties enkele resoluties aangenomen. Ter uitvoering van die resoluties verzochten de Verenigde Naties Nederland om een militaire bijdrage te leveren voor de bescherming van de zogenaamde Safe Area. Dit bracht het Nederlandse kabinet ertoe om voor deze missie in 1994-1995 een Luchtmobiel Bataljon (Dutchbat) beschikbaar te stellen.

Val van de enclave

Nadat al enkele observatieposten door Dutchbat waren opgegeven, werd begin juli 1995 de aanval ingezet door Bosnisch-Servische eenheden (VRS) op de enclave Srebrenica. De enclave werd op 11 juli 1995 door de VRS ingenomen. Het tragische dieptepunt van de val van de enclave was de daarop volgende massamoord door de VRS op circa 8.000 voornamelijk Moslimmannen. Daarmee vond in Europa voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog een genocide plaats. Het in de enclave aanwezige Nederlandse bataljon bleek onder het VN-mandaat niet in staat om de enclave te behouden en de op en rond de compound van Dutchbat III aanwezige tienduizenden vluchtelingen te beschermen tegen de VRS.

Moeders van Srebrenica

Inmiddels heeft zich een groep gevormd van circa 6.000 nabestaanden van de slachtoffers van de val van de enclave Srebrenica. Deze groep nabestaanden is ook bekend onder de naam ‘Moeders van Srebrenica’. De nabestaanden houden de Nederlandse Staat en de Verenigde Naties mede-verantwoordelijk voor de val van de enclave en daarmee aansprakelijk voor het overlijden van hun familieleden en de daaruit voortvloeiende schade. Van Diepen Van der Kroef is verzocht om namens de 6.000 nabestaanden in Nederland een gerechtelijke procedure aanhangig te maken tegen de Nederlandse Staat en de Verenigde Naties.
Aan deze zaak heeft een team gewerkt van in totaal 14 advocaten uit Nederland en Bosnië-Herzegovina, alsmede een groep adviseurs. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Marco R. Gerritsen.

Maatschappelijk belang

Van Diepen Van der Kroef Advocaten acht in deze bijzondere zaak de bekendheid met de feiten en daarmee een juiste beeldvorming bij het brede publiek essentieel. Wij vinden het bovendien van maatschappelijk belang om deze zaak onder de aandacht te blijven houden. Om deze redenen publiceren wij hier bij wijze van uitzondering onze belangrijke procedurele stukken.

Procedure Den Haag

Procedure EHRM

De Srebrenica procedure in de media

Nationaal

Internationaal

Beeldmateriaal

Archief

Whatsapp