De regisseur en de omroep: wordt het ooit nog wat?

Regisseurs beklagen zich over het wangedrag van omroepen. Omroepen – zelfs de publieke – gaan schandalig om met regisseurs. Ze dwingen de regisseur zijn auteursrecht te verkwanselen. Een ‘actiebrief’ van de DDG van juni 2007 aan minister Plasterk bevat een schrijnend voorbeeld: een omroep wilde een regisseur pas een nieuw contract aanbieden, als die regisseur afzag van zijn rechten ten aanzien van een ander programma.

Omroepen komen hiermee weg, omdat er meer regisseurs zijn dan er opdrachten beschikbaar zijn: ‘voor jou tien anderen.’ Er is nauwelijks marktwerking aan de vraagzijde. Er zijn weinig opdrachtgevers en als een regisseur een opdracht misloopt, moet hij misschien wel jaren wachten voordat een volgende langskomt. Hij moet dus vaak wel akkoord gaan met – zacht uitgedrukt – minder gunstige voorwaarden.

Is er een uitweg? Zouden regisseurs op een of andere manier niet meer hoeven dulden dat er over hen heen wordt gelopen? De meest voor de hand liggende oplossing is om de krachten te bundelen en samen op te trekken. Als op deze manier voor elkaar kan worden gekregen dat er niet langer tien anderen in de rij staan, kunnen de regisseurs niet langer tegen elkaar worden uitgespeeld. Gaat heen en verenigt u… Wees solidair!

Problematisch is echter niet alleen dat regisseurs vaak solisten zijn, maar vooral ook dat zij niet en bloc mogen optreden. Onze kartelwaakhond, de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), beschouwt individuele regisseurs als (kleine) ondernemers. En zoals de oliemaatschappijen en bouwondernemingen geen prijsafspraken mogen maken, zo mogen regisseurs dat ook niet. Ter illustratie: de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV) was zo onverstandig om de NMa te vragen of het mededingingsrecht zou worden geschonden door collectief tarieven af te spreken voor het maken van vertalingen. Achteraf had ze de slapende kartelwaakhond beter niet wakker kunnen maken, want de NMa kon niet anders dan oordelen dat een gezamenlijk afgesproken tarief, ja zelfs een adviesprijs, verboden is.

Modelcontracten mogen daarentegen wel, zolang er maar geen adviesprijzen in voorkomen. De VSenV mag van de NMa haar leden informeren over wat ‘op basis van objectieve en historische gegevens in de praktijk redelijke tarieven zijn gebleken’. Maar ze moet haar leden er daarbij uitdrukkelijk op wijzen dat zij zélf hun tarief moeten vaststellen. Zo gauw een belangenvereniging haar leden oproept om gezamenlijk op te trekken en een minimumtarief of minimum voorwaarden te hanteren, gaat ze in de fout en overtreedt ze de Mededingingswet.

Maar waarom mogen vakbonden dan wel, namens hun leden, collectief onderhandelen over lonen? Het is historisch zo gegroeid dat dergelijke onderhandelingen centraal plaatsvinden. Werknemers zijn ook geen ondernemers. Onder andere om deze redenen maakt de Mededingingswet een speciale uitzondering voor CAO’s – wat overigens inhoudt dat voor regisseurs in vaste dienst wel een en ander collectief kan worden geregeld.

Het is ook wel gesuggereerd dat de publieke omroepen het goede voorbeeld moeten geven, en uit zich zelf regisseurs fatsoenlijk moeten behandelen en tegen redelijke voorwaarden opdrachten moeten geven. Maar de publieke omroep heeft óók als taak om het publieke geld goed te besteden en niet over de balk te smijten. Hoort daarbij dat ze meer aan regisseurs moet betalen, ook al kan ze hen voor minder krijgen? Toen hem midden 2008 werd gevraagd wat hij ervan dacht, draaide Plasterk – uiteindelijk de grote baas van de publieke omroepen – om de hete brij heen.

Het ziet er naar uit dat freelance regisseurs, zolang er geen uitzondering wordt gemaakt op het mededingingsrecht, niet gezamenlijk kunnen optrekken tegen de omroep. Ze zijn dan aan de nukken van die omroep overgeleverd. In een recent rapport dat op verzoek van het ministerie van justitie werd geschreven, bevalen de onderzoekers aan om op basis van een wettelijke bepaling die intussen is geschrapt, iets te regelen dat mogelijk moet maken dat bijvoorbeeld regisseurs in staat zijn één front te vormen. Maar in een recent advies hierover van de Commissie Auteursrecht – dat is een groep wijze mannen die de minister adviseren over auteursrecht – wordt aan deze kwestie géén aandacht meer besteed. Misschien omdat de bepaling die in het rapport wordt genoemd is gewist, wordt er geen woord aan vuilgemaakt. Dat kan erop wijzen dat de uitzondering op het mededingingsrecht er niet zal komen, zodat de omroep freelancers tegen elkaar kan blijven uitspelen.

Kortom, de hoogste tijd om naar Den Haag te togen om beleidsmakers en parlementariërs ervan te overtuigen dat er een uitzondering op het kartelverbod moet komen voor freelance auteurs en regisseurs die werkzaam zijn in markten waar nauwelijks concurrentie bestaat aan de vraagzijde. Tot die tijd kan de DDG haar leden hoogstens adviseren over wat objectief en op basis van historische gegevens, redelijke tarieven zijn. Daarnaast kan ze modelcontracten ter beschikking blijven stellen. Daarvan gaat wellicht enige normerende werking uit, maar uiteraard staat het de omroep volledig vrij om ervan af te wijken wanneer het haar goeddunkt – en dat zal vermoedelijk nog dikwijls voorkomen…