Persbericht 07-11-2006 - Insigne voor Dutchbat 3
Het ministerie van Defensie heeft op 3 november jl. laten weten een draaginsigne te zullen uitreiken aan het personeel dat deel uitmaakte van Dutchbat 3, als bijzondere blijk van erkenning voor de deelname aan de vredesoperaties in voormalig Joegoslavië. De vraag is: Waarom dit gebaar, ruim elf jaar na de val van de Bosnische enclave Srebrenica en bijna vijf jaar na de publicatie van het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)?
Laten wij voorop stellen dat de val van de enclave Srebrenica in juli 1995 de individuele soldaat van Dutchbat 3 niet mag worden aangerekend. Door het falen van de Verenigde Naties, de Nederlandse regering en de legerleiding werd het hen onmogelijk gemaakt om hun taak, te weten het beschermen van de ‘safe area’ Srebrenica en de zich aldaar bevindende burgerbevolking, uit te oefenen. Als gevolg hiervan konden circa 8.000 burgers door Servische troepen worden vermoord. Het feit dat zo veel soldaten getekend en met een posttraumatische stress-stoornis naar Nederland terugkeerden, zegt genoeg. De Nederlandse regering bleek tot nu toe echter “doof en blind" voor hun positie.
Het duizenden pagina’s tellende NIOD-rapport uit 2002, in opdracht van het kabinet Kok 1 opgesteld, overspoelt de lezer met informatie. Vrijwel elk onderwerp wordt in het rapport breed uitgemeten. De lezer die, al worstelend door de brij van informatie, wil achterhalen welke verschrikkelijke taferelen zich hebben afgespeeld tijdens de val van Srebrenica, komt bedrogen uit. De gewone soldaat is door het NIOD nauwelijks gehoord. Wie de lijst van ruim 900 personen doorneemt die het NIOD heeft geïnterviewd, treft daar slechts een enkele soldaat en onderofficier aan. Het overgrote deel van de ondervraagden bestaat uit hogere officieren en hooggeplaatste functionarissen. Van het verhaal van de vele geïnterviewde Bosnische nabestaanden is nagenoeg niets in het NIOD-rapport terecht gekomen.
Begin dit jaar verzochten wij namens een groep van 7.924 Bosnische nabestaanden van de slachtoffers van de val van de enclave Srebrenica om een dialoog met de Nederlandse regering, teneinde te trachten een waardige oplossing te vinden voor hun problemen. Dit verzoek werd door de regering resoluut afgewezen. Verzoeken aan het ministerie van Defensie om inzage in documenten zijn afgewezen, met een beroep op de staatsveiligheid. De politiek lijkt er alles voor over te hebben om dit lastige hoofdstuk voor eens en altijd te sluiten. Wij staan echter aan de vooravond van een gerechtelijke procedure tegen de Nederlandse staat en de Verenigde Naties die zijn gelijke niet kent. Tegelijkertijd beginnen individuele Dutchbatters zich steeds meer te roeren, en klaagt een enkeling van hen de Staat zelfs aan. En nu ziet het ministerie van Defensie “opeens” aanleiding om de circa 850 militairen van Dutchbat 3 te onderscheiden.
De kwestie Srebrenica is gekozen als onderdeel van de canon van 50 meest historische hoogte- en dieptepunten uit de Nederlandse geschiedenis. Alleen wie zijn geschiedenis (onder)kent, kan er lessen uit trekken voor de toekomst. Gezien de betrokkenheid bij steeds meer missies in het buitenland is dat een bittere noodzaak. Het wordt tijd dat het volledige verhaal rond de val van de enclave Srebrenica en de falende rol daarbij van de politiek en legerleiding wordt verteld. Wanneer de politiek vervolgens de moed heeft ook echt de verantwoordelijkheid op zich te nemen kunnen de nabestaanden en Dutchbatters het verwerkingsproces afronden. Pas dan ook kunnen wij als maatschappij deze zwarte pagina in de Nederlandse geschiedenis omslaan.
M.R. Gerritsen en A. Hagedorn
"Ze komen met oplossingen voordat er problemen ontstaan."
www.davdigital.com










