CreativeCommons (CC) is het ‘bottom-up’ antwoord op de voortdurende expansie van de intellectuele eigendomsrechten. Het belangrijkste doel van het CC-project is het hergebruik van auteursrechtelijk beschermde werken te bevorderen – Lessig, de goeroe van de beweging, spreekt graag van het ‘remixen’ van werken. Dit doel, waarvoor men alleen maar sympathie kan hebben, kan echter onmogelijk worden bereikt. De reden daarvoor is dat CC-licenties de obstakels die aan hergebruik van een willekeurig ergens op internet gevonden werk in de weg staan, niet wegnemen. De risico’s die een hergebruiker loopt als hij een zomaar ergens op internet aangeboden werk gebruikt waaraan géén CC-licentie is verbonden, zijn even groot als wanneer hij ervoor kiest een werk te ‘remixen’ dat wél onder een CC-licentie wordt aangeboden.

In ‘gewone’ licenties wordt het gevaar dat de gebruiker loopt als hij een werk van een ander gebruikt, weggenomen doordat de licentiegever de licentienemer vrijwaart voor alle schade die de laatste zou lijden, als er een derde opduikt die beweert rechthebbende te zijn. Zo kan de licentienemer, hoewel hij vaak niet kan weten of de licentiegever inderdaad bevoegd is de rechten te verlenen, tamelijk zorgeloos het werk gebruiken. De eerste versie van de CC-licentie bevatte nog een garantie. De licentiegever garandeerde dat ‘to the best of his knowledge after reasonable inquiry’ geen inbreuk werd gemaakt op rechten van derden. In 2003 is de bepaling echter geschrapt, omdat onbillijk werd geacht dat een persoon die zijn werk gratis weggeeft, jegens iedereen die dat werk gebruikt aansprakelijk kan zijn. Er kwam een ‘disclaimer’ van alle aansprakelijkheid wegens inbreuk, voor in de plaats.

Opmerkelijk genoeg is de CC-beweging zich volledig bewust van de nadelen van de disclaimer. Ze stelt dat de hergebruiker zich ervan moet vergewissen dat de licentiegever daadwerkelijk de rechten bezit, omdat hij anders weleens aansprakelijk kan zijn voor auteursrechtinbreuk.[1] Oftewel, het CC-systeem neemt niet de transactiekosten weg van het steeds individueel uitzoeken of degene die het werk onder een CC-licentie op internet aanbiedt, inderdaad gerechtigd is de rechten te verlenen. Het risico van hergebruik van een CC-werk waarvan niet is nagegaan of de licentiegever ook rechthebbende is, is daarom even groot als dat van gebruik van een willekeurig ander werk. Het geeft te denken dat de CC-beweging, hoewel ze hiervan op de hoogte is, CC-licenties blijft promoten specifiek omdat zij remixen zouden bevorderen.

Herhaaldelijk pocht de CC-beweging met de tientallen miljoenen werken die onder een CC-licentie worden aangeboden.[2] Maar wanneer het bevorderen van remixen het streven is, moet het succes worden afgemeten aan het aantal CC-werken dat is hergebruikt. Daarover zijn vooralsnog géén spectaculaire cijfers beschikbaar. Overigens is het merkwaardig dat een initiatief dat de ‘remix culture’ moet bevorderen, licenties aanbiedt die bewerken/remixen juist verbieden. Blijkens de statistieken wordt een groot deel van de CC-werken onder dergelijke ‘non-derivative works’ licenties verspreid.

Een vrijwaring zou het bovenbeschreven euvel kunnen wegnemen. Maar problematisch blijft dat materiaal veelal anoniem op internet wordt upgeload en dat, als de identiteit van de uploader al valt te achterhalen, nog moet worden afgewacht of zijn zakken diep genoeg zullen zijn om de schade te kunnen vergoeden. In de offline wereld weet men beter wie de licentiegever is, of hij solvent is, en waar de deurwaarder naartoe moet als garanties niet worden waargemaakt. In de online wereld kan de reputatie van bijvoorbeeld een bekend instituut de bovenbehandelde bezwaren wegnemen: wanneer een universiteit of een omroep eigen werk voor hergebruik ter beschikking wil stellen, kan een CC-achtige licentie nuttig zijn. Maar als ze hergebruik daadwerkelijk wil bevorderen, zal zo’n instituut de huidige CC-licenties links moeten laten liggen en hergebruikers moeten vrijwaren. Dit is precies wat de BBC deed in haar Creative Archives project.[3]

Een oplossing kan zijn om een extra CC-optie te introduceren, mét bijbehorend icoon dat aangeeft dat de licentienemer is gevrijwaard voor eventuele schade door inbreukclaims van derden. Dat zal het probleem echter alleen kunnen oplossen wanneer het werk wordt aangeboden door een gerenommeerde partij. In zo’n geval kunnen CC-licenties nog van nut zijn – al is denkbaar dat een verklaring op de website van bijvoorbeeld een universiteit dat ze instaat voor de gevolgen van hergebruik, voldoende is om dergelijk gebruik aan te moedigen. Maar de risico’s van hergebruik van de miljoenen CC-werken die door onbekenden worden aangeboden, kunnen door CC-licenties niet worden weggenomen.

Als de doelstelling is om een robuuster publiek domein tot stand te brengen waarin het minder riskant is om voort te bouwen op werk van anderen, kan men de energie en het geld wellicht beter besteden. Zo zou men – en dat zou op internationaal niveau moeten – kunnen streven naar een verplichte registratie van werken. Dan kan in een officiële databank worden nagegaan of een werk beschermd is of aan het publieke domein is prijsgegeven, wat aanzienlijk meer zekerheid biedt. In ieder geval is er reden het CC-project nog eens goed te overdenken en het – zo u wilt – flink te remixen…


[1] http://wiki.creativecommons.org/FAQ#Does_using_a_Creative_Commons-licensed_work_give_me_all_the_rights_I_need.3F.

[2] http://wiki.creativecommons.org/License_statistics en http://wiki.creativecommons.org/Metrics.

[3] http://creativearchive.bbc.co.uk.